Schimmelpenninck


 

Schimmelpenninck

Na het faillissement van de looierij van Roes aan de Stationstraat wordt het pand betrokken door de sigarenfabriek Schimmelpenninck van de gebroeders van Schuppen. Tot 1977 blijft het bedrijf in het vier etages hoge gebouw sigaren produceren. Schimmelpeninck is de grootste van de vele sigarenfabrieken- en fabriekjes die in Wageningen actief zijn geweest. In 1939 is er sprake van een topjaar waarin de 700 werknemers 32 miljoen sigaren maken.
Door de Tweede Wereldoorlog stagneert de import van tabak. De productie van sigaren wordt hoe langer hoe kleiner. De fabricage met uiteindelijk worden gestopt. Doordat in 1944-1945 Wageningen frontstad is raakt het fabrieksgebouw zwaar beschadigd. Bovendien zijn de machines, voorzover ze niet zijn gestolen, vernield of verroest. Na de bevrijding moet alles wat noodzakelijk is voor het functioneren van een sigarenfabriek opnieuw worden aangeschaft. De wederopbouw van het bedrijf komt tot stand, maar de hoogtijdagen van de sigaar zijn voorbij. Zware accijnsheffing op sigaren vraagt zijn tol. Worden er voor de Tweede Wereldoorlog nog 120 miljoen sigaren per maand geconsumeerd, in de eerste jaren na de oorlog zijn dat er niet meer dan 45 miljoen. Zijn er in 1947 nog bijna 500 mensen in dienst bij het bedrijf, drie jaar later is dat al vermindert tot 360. Lagere productie enerzijds en mechanisatie anderzijds veroorzaken de vermindering van arbeidsplaatsen. Als in 1952 de accijns wordt verlaagd leeft de consumptie op naar 90 miljoen sigaren per maand. Door verschillende omstandigheden, o.a. grotere export en publicaties over gezondheidsrisico's van sigaretten, kan het bedrijf weer groeien. Voor investeringen moet vreemd kapitaal worden aangetrokken. Vanaf 1 januari 1963 neemt de Engelse sigarettenfabrikant Carreras Ltd een 50% belang in Schimmelpennick. Om de groei aan te kunnen zijn in 1960 de panden van de voormalige sigarenfabriek Victor Hugo gekocht. De firma Baars produceerde hier voor de Tweede Wereldoorlog sigaren in het zogenoemde pand 'Vrede'. In september 1944 gaat het pand in vlammen op, maar na beëindiging van de oorlog wordt op dezelfde plaats een nieuw pand opgetrokken. Een aantal jaren na de oorlog kan het bedrijf het niet meer bolwerken en wordt de productie gestaakt. Veel sigarenmakers die voor Baars werken, treden in dienst bij Schimmelpenninck. In 1964 wordt het pakhuis 'America' gekocht. In 1967 en 1968 komen er vestigingen in Lichtenvoorde en Kerkdriel. In 1969 wordt van Drukkerij Vada in de Nude een stuk grond met woonhuis gekocht om er een nieuw te bouwen bedrijf op te vestigen.
Vanaf eind jaren zestig gaat het bergafwaarts met de productie van sigaren. De sigaar raakt bij de consument langzaam maar zeker uit de gratie en de sigarenindustrie reageert daar te traag op met nieuwe, vooral lichtere, producten als 'sprietjes' en 'wilde havanna'. Om de kostprijs in de hand te houden wordt er stevig gemechaniseerd. Aan het eind van de jaren zestig is het handmatig maken van sigaren zo goed als verleden tijd.
In 1972 worden ook de resterende 50% aandelen door het Carreras-Rothman concern overgenomen. De multinational geeft in 1974 de opdracht aan Schimmelpenninck om te bezuinigen. De productie wordt gecentraliseerd in Wageningen. Kerkdriel en Lichtenvoorde worden gesloten. Met de bonden wordt een sociaal plan overeengekomen. Het personeel in Lichtenvoorde voelt er niets voor om naar Wageningen te gaan, die uit Kerkdriel willen wel pendelen.

de Nude en het einde

In 1976 verhuist Schimmelpenninck naar de Nude, de centralisatie van de productie is daarmee voltooid. Er zijn nu nog 344 mensen in dienst. Het pand aan de Stationsstraat wordt verkocht aan de gemeente die het in 1977 laat slopen. Ondanks alle inspanningen blijft het bedrijf verliesgevend. Om toch uit de rode cijfers te komen volgt de ene reorganisatie de andere op. Stukje bij beetje verdwijnen delen van de productie naar het zusterbedrijf Tabacofina in België. Eind 1984 geeft Rothmans International de opdracht: "een proces in werking te stellen om het totaal van Schimmelpenninck te integreren in andere onderdelen van het concern." Het is verhullend taalgebruik voor 'sluit de tent'. Directie en personeel willen van sluiting niets weten. De ondernemingsraad en de bonden - Industriebonden van FNV en CNV en de Voedingsbond FNV - vormen één front tegen Rothmans. Het adviesbureau AEF en de GOM (Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij) worden ingeschakeld voor het opstellen van een overlevingsplan. Er komt een plan op tafel dat redelijke kansen biedt, al moet er wel wat veranderen in het commerciële beleid, het management en de personele omvang. Wageningen maakt nu breed front. Provinciale Staten, de commissaris van de Koningin in Gelderland, de gemeente Wageningen en de Wageningse kerken stellen zich allen op achter het reddingsplan van OR, bonden en directie. Rothmans besluit het bedrijf twee jaar de kans te geven om weer een goed lopend bedrijf te worden. Alle plannen en aanpassingen betekenen wel dat er nog maar 128 werknemers bij Schimmelpenninck werken. Na afloop van de gestelde termijn, er werken nu nog circa 100 mensen, is Rothmans niet tevreden. De directie moet een reorganisatieplan opstellen. Resultaat van het plan is enige tonnen investering door Rothmans en een nieuw verlies van 40 arbeidsplaatsen. Het bedrijf brokkelt verder af. Er verdwijnen telkens delen van de productie naar België. In 1996 is er opnieuw een reorganisatie. Het is het einde van de productie van de sigaar in Wageningen en het personeelsbestand krimpt opnieuw in. Er werken nu nog 23 mensen bij het bedrijf. In 2000 is het afgelopen. De laatste activiteiten worden overgebracht nar België, samen met een deel van de nog resterende machines. De rest van de apparatuur wordt verkocht en het gebouw wordt overgenomen door de gemeente die er een bedrijfsverzamelgebouw van wil maken. Aan de rijke historie die Wageningen heeft met de tabak is een einde gekomen.
Nog steeds spreekt 'de Schimmelpenninck' tot de verbeelding in Wageningen. Velen hebben er gewerkt en als je er zelf niet werkte dan heb je wel familie of bekenden die er hun brood verdienden. Henk Blankenstijn: (zijn vader werkte bij de Schimmelpenninck) "Die geur van sigaren heb ik nog steeds in mijn geheugen zitten, ook als ik nu nog door de Stationsstraat kom heb ik het gevoel dat ik die typische tabaksgeur ruik. Dat zal bij meer Wageningers het geval zijn, denk ik. Iedere werknemer van Schimmelpenninck kreeg op vrijdagmiddag tien sigaren mee naar huis. Ik weet dat mensen die niet rookten vaak een vaste afnemer hadden voor een schappelijk prijsje. De personeelsreisjes waren toen een spektakel waar je weken naar uitkeek, veel mensen kwamen anders nooit de stad uit. Een dagje naar de Keukenhof of ijsrevue was een belevenis. Wie ging er nou op vakantie?"

Bron:

 

Back