De klant is koning AMSTERDAM. -Het bureau
van de Nederlandse. Banketbakkerij Stichting schrijft: Dit spreekwoord werd
steeds in de loop der jaren door de bakkers van de Nederland gehuldigd. De
bakker was de welwillendheid zelf. De wens van de klant kon zo gek: niet zijn,
of de bakker trachtte aan de verlangens der klanten te voldoen.
Tijdens
de oorlog moest de bakker, gedwongen door de distributiebepalingen , tot zijn
spijt meermalen de klant teleurstellen, alhoewel hij steeds tot de grootst mogelijke
opofferingen om de klant te helpen bereid was. Na de bevrijding kwam, ook al door
de optimistische geluiden die van regeringskringen verscheidene malen werden gehoord,
bij het publiek de mening naar voren, dat de broodbon feitelijk niet meer nodig
was. Men gaf al zijn broodbonnen aan de bakkeren betrok zoveel brood als het
gezin nodig had. Ook de bakker of zijn bezorger, die een aantal klanten hadden,
die het totale broodrantsoen niet opnamen en daardoor de meer broodetende klant
ter wille kon zijn, vond dit niet zo erg, tot dat hij tot zijn schrik bemerkte,
dat hoe langer hoe meer klant:en het totale broodrantsoen van 2200 g. per week
gingen opnemen en de reeds op een groot broodverbruik ingestelde families nog
meer brood gingen betrekken, hetgeen neer kwam op verbruik van brood, dat niet
gedekt was door een broodbon. Het gevolg hiervan is, dat de van regeringswege
versterkte werkvoorraad bloem, door te groot broodverbruik, verdwenen zijn , en
vele bakkers momenteel in moeilijkheden zijn geraakt.
Wij zijn dan ook, gezien de kleine graanvoorraad in Europa verplicht een waarschuwend
woord tot het publiek te richten en mede te delen, dat de bakker niet in staat
is een enkel brood zonder bon te leveren. Ons dringend verzoek is; maakt het uw
bakker niet lastig door toch meer brood.te vragen, dan waarop uw broodbonnen recht
geven. De omstandigheden zijn zo, dat ieder met zijn rantsoen brood toe moet komen.
Ons broodrantsoen ligt nog ver boven dat van andere Europese landen.