De Vermogensbelasting


Sedert 1944 is niemand definitief in de vermogensbelasting aangeslagen. De afrekening zal echter veelal mee vallen, omdat men reeds een voorlopige aanslag kreeg of in de
gestelde zekerheid voor het jaar 1945 ook reeds met deze belasting werd rekening gehouden.
De aanslagen 1945 en 1946 zullen niet op de gewone wijze tot stand komen. De aanslag 1945 wordt berekend naar de toestand op 31December 1945 in plaats van 1 Januari.
Wanneer iemands vermogen dus in de loop van 1945 steeg (door erfenis,winst, enz.) betaalt hij daarover reeds het gehele jaar 1945 vermogensbelasting. Voor in 1945 overledenen wordt daarentegen geen aanslag meer opgelegd.
De aftrek wegens huwelijk en aantal kinderen regelt zich nu ook naar de toestand
op het eind van het jaar 1945.

Voor het jaar 1946 wordt de aanslag berekend naar de toestand op1 Januari 1946. Het gevolg daar van is, dat de aanslagen Voor 1945 en 1946 aan elkaar gelijk worden, behoudens dat voor de aanslag 1945 de vermogens aanwasbelasting en de heffing ineens niet mogen worden afgetrokken en voor de aanslag 1946 wel.

Verder worden beide aanslagen berekend naar de bepalingen der wet op de heffing ineens. De aangifte voor de heffing ineens, die men te Zijner tijd krijgt in te vullen,
kan zodoende ook gebruikt worden voor het opleggen van deze beide vermogens belastingsaanslag
Voor 1947 en 1948 worden de aanslagen weer op normale wijze opgelegd naar de toestand op 1 Januarie van die jaren.

Berekenen van de belasting
De vermogensbelasting bedraagt f 2,50 voor elke f 500 vermogen.
Eerst worden echter de vrijgestelde bedragen afgetrokken. Deze zijn voor ongehuwden f 7500 en voor gehuwden f 15.000. Zij worden met f 7500 verhoogd, als de belastingplichtige
60 jaar is en zijn vermogen minder dan f 75.000 en bovendien Zijn inkomen in het vorig jaar minder dan f 2000, Een jongere dan 60 jaar krijgt deze aftrek ook, als hij vermoedelijk in de eerstkomende drie jaar geen inkomsten uit arbeid zal kunnen verwerven en zijn vermogen
en inkomen ook resp. beneden f 75.000 en f 2000 liggen.
De aftrek voor ongehuwden kan dus hoogstens Zijn f 7.500 + f 1500 of 15.000 en voor gehuwden. f 15.000 + f 7500 of f 22.500. Vanaf het jaar 1946 wordt de gewone
aftrek voor ongehuwden verhoogd tot f 10.000, zodat hun totale aftrek dan
kan stijgen tot f 17.500.
Voorts wordt kinderaftrek verleend tot f 7500 per kind, welke aftrek echter vanaf het jaar 1946 verleend wordt tot f 5000 per kind. Men krijgt kinderaftrek voor minderjarige eigen, aangehuwde en pleegkinderen, die tot het huishouden behoren of tijdelijk elders verblijven voor het verkrijgen van onderwijs of voor opleiding voor een beroep en voor kinderen tussen 21 en 25. jaar, die grotendeels op kosten van belastingplichtige worden onderhouden en onderwijs genieten of voor een beroep worden opgeleid.

Berekening van het vermogen.
Huisraad. kleren en levensmiddelen zijn van vermogensbelasting vrijgesteld.
Goud en zilverwerk, paarlen en edelgesteenten, als de waarde tesamen niet meer is dan f 2000. eveneens.

Lopende vorderingen (pacht, huur, rente) zijn niet belast. Rente huur, enz., die met 1 Januari vervallen is, dus dan vorderbaar wordt, moet wel aangegeven worden.
De te velde staande oogst is onbelast. doch alleen als in de drie jaar minstens eenmaal geoogst
wordt.
Onroerend goed wordt aangegeven naar de verkoopwaarde, dat is het
bedrag, dat in openbare velling zou worden gemaakt, de prijsvoorschriften dus in aanmerking genomen.
Effecten worden geschat op hun geldswaarde.. zoals die is opgenomen in een jaarlijks verschijnende prijscourant. Komen ze daarin niet voor, dan worden ze geschat naar de laatst bekende gegevens.
Hypothecaire vorderingen worden geschat op het bedrag van hun kapitaal of lager, .als de vordering of de bijbetaling van rente niet voldoende verzekerd zijn.
Verdere bezittingen (levende en dode inventaris,voorraden) worden geschat op de geldswaarde in verband met de bestemming, dat is, in het algemeen, de vervangingswaarde. Men moet dus vee, gereedschappen, voorraden, machines, aangeven op het bedrag, dat men bij aankoop daarvan zou moeten besteden..
Wie boek houdt. mag aangeven naar de bedragen. die op zijn balans of
inventaris voorkomen, doch alleen als deze bedragen niet lager zijn dan
de geldswaarde Practisch mag men dus gewoonlijk niet volgens de balans aangeven Wie zijn koeien op de inventaris heeft staan voor f 200, zal ze dus tot de vervangingswaarde
moeten verhogen. Is de boekwaarde van een tractor f 500 dan zal men
zich moeten afvragen; wat de machine bij aanschaffing,.in de toestand zij verkeert,kosten.

Back Index