In
het blad ,.De Boer", orgaan van de Belgische Boerenbond, lazen we een artikel
naar aanleiding van de rede, welke minister Mansholt voor enige tijd in Groningen
heeft gehouden.
Aangezien het zeer nodig is te achten, dat de Nederlandse boer
weet, hoe zijn Belgische collega, die voortaan met hem binnen de Benelux zal moeten
samenwerken, over een en ander denkt, laten we hier enkele aanhalingen volgen.
Het blad schrijft:
...Volgens Min. Mansholt is het de taak
van de georganiseerde landbouw in Nederland de zusterorganisaties in België
en Luxemburg te wijzen op de noodzakelijkheid van maatregelen, die de landbouw
pen zekere mate van bescherming verschaffen.
Vermits de Ned, Minister van Landbouw
via de Nederlandse landbouworganisaties het woord tot ons richt. kunnen wij welvoegelijkheidshalve
'n wederwoord niet achterlaten.
Het blad betoogt dan, dan 't Nederlandse stelsel
zeker heel wat in grijpen der is dan het Belgische maar dat het daarom nog volstrekt
niet beter behoeft te zijn. Nederland
deed beroep op monopolieheffing bij in
en uitvoer, op verplichte verkooporganisatie, op productie beperking en teeltregeling
. Daarbij werden vlak om de allernoodzakelijkste
uitvoer te behouden. Dumpings
maatrgelen aangewend waartegen ook de Belgische land en tuinbouw zich schrap moest
zetten Belgie beperkte zich tot contigentering, invoervergunningsrecht en .rechtstreekse
steun.
Inderdaad is dit veel minder ingrijpend! De Belgische boeren
waren totaal vrij; zij konden verbouwen naar goeddunken en van allerlei verplichtingen
en controlemaatregelen bleven
zij verschoond. Vast staat. dat de Belgische
landbouw in de zware crisistijd,en zijn volle productiecapaciteit heeft behouden.
Wij
mogen zeggen. dat de opeenvolgende beschermings en steunmaatregelen in België
getroffen ten voordele van land- en tuinbouw tussen1930 en 1940 een meer inkomen!
vertegenwoordigden. dat zeker niet ver beneden de opbrengst zal b1ijven
, van
de door Nederland getroffen steunmaatregelen.
Wanneer het er op aankomt,
de landbouwbelangen te verdedigen, hebben wij van niemand lessen te ontvangen;
het verleden en het heden staat borg voor onze houding in detoekomst.
De uitspraak
van Min, Mansholt trouwens zou ons onverschillig laten. ware het niet. dat de
Nederlandse bewindvoerder iets anders achter het hoofd heeft over de aard van
de door Min Manslholtbedoelde beschermingsmaatregelen behoeven we niet lang inhet
duister te tasten,
Bedoeld wordt zonder enige twijfel een productie-apparaat
onder controle
van de staat. waar de overheid kan beslissen over aard en opvang
van de productie. en allerhande diensten verplichtingen. verordeningen en voorschriften
kan opleggen. Waar
leveringsplicht, en teelt en kweekverbod gepaard gaan met
controlemaatregelen allerhande. Waar mononpolieheffingen export tegen sterk verliesgevende
prijzen mogelijk maken. De Belgische land en tuinbouwer kijkt vaak met bewondering
naar de technische vaardigheid van zijn Noorderbuur Doch wanneer hij kennis maakt
met de Nederlandse geleide economie. wanneer hij op de hoogte komt van de initiatief-
en werklust dodende verordeningen en besluiten die er verband mee houden dan wordt
hij op zijn zachtst gezegd huiverig .
Onze (Belgische) organisatie
heeft geen ministeriële aanmoedigingen nodig om actief en doelbewust de landbouwbelangen
te verdedigen Wij spanden daarvoor in het verleden
onze beste krachten in;
we doen dit thans nog en zullen het in de toekomst blijven doen.
Van de Belgische
landbouw vragen,dat hij mede zijn stuiver in de zak zou storten om de export van
Nederlandse producten beneden de kostende prijs. of wel hun vernietiging te bewerken.
is het onmogelijke wensen. In het verleden ondervond onze land- en tuinbouw, welke
nadelen berokkend kunnen worden door de massale invoer van producten tegen
dumpingsprijzen.
Wij zullen ons geenszins lenen. om in de toekomst met dergelijke misére
te berokkenen aan standgenoten uit andere landen van de Belgische landbouw vragen,
dat hij zijn teelt en kweek zou beperken om geen onverkochte Benelux-overschotten
te hebben. is met hem verdedigen, maar hem afbreken.
De Belgische
boerderij beslaat immers gemiddeld 6 ha. de Nederlandse 10 ha Hoe is productiebeperking
mogelijk wanneer de grote meerderheid der bedrijven ternauwernood het leefbaarheidsminimum
bereikt ?
De Nederlandse landbouw mag venwel de overtuiging nit toegedaan zijn,
dat wij onze land en tuinbouw wensen bloot te stelle aan alle mogelijke concurrentie
van over de grenzen Wij zien met veel belangstelling uit naar voorlichting inzake
teelt en productiewijziging, doch het privaat initiatief mag in geen geval aan
banden worden gelegd door de dwangbuis van verordeningen en besluiten.
Tot
zover het orgaan van de Belgische Boerenbond.
.Minister Mansholt heeft de Belgische
boer dus nog niet overtuigd Als
het omgekeerde nu eens werd geprobeerd !