Madame la Marquise de Marigny ;
Kwam tijdens het diner eerst binnen,
Haar diepe buiging voor den prins Condé
Was haastig, in den schijn der luchters:
't Was voorjaar, men at laat dien dag,
Het leek of zij wat bleeker zag. ……..Neen, niet wat gij denkt Twee vriendinnen. ...
O Amor! Er is niets geduchters
Voor een verliefd hart, dan de spot
Van de vriendin van uw geliefde. ...
Gelooft ge 't niet? Zie dan hoe 't lot ,
De strikken spant voor den armen man:
Zij was ontstemd; maar wat haar griefde
Was niet zijn s'chuchtere eerste zoen,
Daar houdt een goede vrouw soms van,
En zeker zulk een zeer verwende.
Want daaraan valt wel iets te doen,
En 't bleek dat hij er niet veel kende. ...
Neen, maar zij had haar nieuw gewaad juist aan ,
Met het snoer parels dat er bij moest ,gaan :
En keek eens in den spiegel hoe 't haar paste
Keurslijfje met een rand vol gouden pasanten
Waarin de spitse witte kant van 't hemd, "
Zelfs een verlegen minnaar stout gestemd.
Moest maken op een avond in de lente
Toen deze twee vriendinnen haar verrasten
Met een bezoekje voor een kort gesprek
Nu was die diepe blauwe statie,dit gewaad.
Dien avond nieuw,zij jong. En hier grijpt Nemesis
Francois Vatel thans achter in den nek
Hoor,hoe zij het kwaad werk begonnen is
Het lijkt\,als ik u zoo in het harnas zie , het is
Marquise ,exquise ..zeide een van beiden.
Is 't Lyoneesche zij? Dat iemand bezig is
Een zeker iemand te verleiden
Die was boersch van begrippen blijk?
Wat geeft ge u moeite voor dien man
Een dienaar,lieve markiezin
Nu ja,zei de andere ,maar waar praat ge van
Henriette ,zeg eens ,vroeg de markiezin
Wat kies ik bij dat diepe blauw
Het aller bleekste lichte roze roze
Ja,ja Marquise ! Ja mevrouw!
Dit laatste zei de kamenier
Die nestelde aan 't rossig haar
Met gouden,weerscjijn,ja een zier
Zooals de oude Venetianen
Het schilderen,van een courtisane
En hier,in 't coeur,of op den schouder?
Muze, een oogenblik geduld
Die glans ontroert mij,Hier…?.of daar?
Kijk,zoo is 't korfje fraai gevuld
Ja ,waarlijk maar waar 't hier omgaat.
Zelfs de bleekste roze rozen
Kan de worm schuilen van het kwaad:
Luister; toen zij die had gekozen
Zei de eerste: Vindt ge ook niet, Agathe
Dat een vrouw, een aristocrate,
Vertoont een man in haar geen .zin,
De deurtjes dicht sluit van de min?
Het is vernederend, als men gaat
Met listen en met pronkgewaad
Een hart belegeren, ons te min.
Zei de ander. En, Denise, als goed vriendin,
Er wordt al flink over gepraat.
Daar was iets waars in, dacht de markiezin
En wat je nu moet doen, het staat
In 't boek van de Heptamerone,
Vaar zekere Romeinsche schoone
Haar kamenier zich kleeden laat
Als zij en Lucie heeft jouw maat
En met hem afspreekt dezen nacht,
Want doet men 'dat per briefje af
Men weet nooit wie hij 't later gaf
haar wat men spreekt ligt in het graf
Dus: afspreekt tegen middernacht
In het park en dan fluistert zij,
Lucie spreekt haast precies als jij
Nadat hij eerst flink heeft gewacht
En het van ongeduld niet merkt, .
Dat je een berisping van Condé.
Of, dat je man iets heeft gemerkt,
En geef hem 't afscheid a quelle sael idee!
Wie 't zei? De kleine kamenier
't Volk heeft een hart,dat ziet men hier.
Er volgt, aan het diner, een gesprek tusschen Denise en Condé
waarin de karakters vergelijkt' van den harden, avontuurlijken rentmeester Courville en den betrouwbaren maar zwakkerren Vatel .Er blijkt tevens ,dat Denise voor Condé aan het hof intrigeert,in verband met de legermacht die hij in 1672 tegen Nederland te commandeeren krijgt.
Van wat gezegd werd bij het eten
Behoeft men verder niets te weten,
Behalve, voor den gang van het verhaal,
Dat zij 'Vatel, bij 't heengaan uit de zaal
Toefluisterde: ...",Te middernacht
Onder den grooten eik. Mijn compliment
Voor het diner, monsieur Vatel. ...
Monsieur Ie Prince wordt goed bediend,
En het behaagt hem, dat ik u vertel:
Hij was ook zelf weer allerzeerst content,
Men begrijpt wel, de laatste zinnen
Gesproken bij 't passeeren der vriendinnen,
Adieu, en tot vannacht, mijn vriend.
Ja,kijkgerust hoe Vatel grijpt ,
De leuning van een' stoel of hij bezwijkt? ,
Neen, hij herstelt zich, -En zij lijkt
ln 't heen gaan een vorstin, naar ge begrijpt.
Ge herkent mij aan twee rozen en dit blauw
Zeide ze nog, terwijl ik dit vertel.
Maar, is zij 't nu vannacht, of wel
De kamenier? Een vrouwenhart
Is soms zoo gul, jegens een braven man,
Een goed hart dan. -at het zelf raakt verward.
Hoe of dit zij: in 't eerste morgengrauw
Vertrok haar koets van Chantilly.
Zij was nog bleeker, en in 't blauw.
Maar ja. wat denkt ge dat ik zie?
Achterop naast den palfrenier,
Ook in het blauw, 'de kamenier.


J. W. F. WERUMEUS-BUNING

 

Back Index