Zelfportret
van Gerrit van der Veen ter nagedachtenis van Gerrit
van der Veen en enkele zijner kameraden ,terechtgesteld op 10junin 1944
DOODVONNIS
Het
vonnis is geveld, de kogel heeft gefloten zijn kort en hevig lied en
heeft hun lijf doorschoten. Die lam terneder lag, die
staande heeft gestreden, ook hem trof nu het lot dat nooit hij heeft vermeden, dat
nooit hij heeft gevreesd in zijn manhaf te leven waarvan hij helder wist voor
wie hij het zou geven; | |
voor
wie en welke zaak zo koninklijk voorvochten door hem en die het trof dat
zij hem bijstaan mochten. | O kogel die
hem trof o hand ,die durfde vuren op wie daar nederlag reeds zijn laatste
uren, | het heilige
geloof dat eens u zál verpletten het malende geweld der thans
vertrapte wetten | | | | | Hem
zal dit lage land als straks de zon gaat schijnen, wel bitter derven gaan,
want met hem ging verdwijnen | wij zullen nimmermeer vergeven
noch vergeten dat wie de dader was, wel zeker heft geweten | van
vrijheid en van recht, dat vast in onze handen u straks verdrijven zal uit
onze lage landen ! | | | | | een
man die zinnebeeld was van ons aller streven een man die tot het laatst ons
voorbeeld is gebleven | dat hij ons allen trof in
dien verlamd gebleven en machtelozen held die meer had dan zijn leven | L.
P. J. Braat Op de dag der terechtstelling geschreven
| | | | |
Back
Index .
|