Een muzikale twistappel

De hut van Peter Grimes

Niet alleen is in Engeland het concertbezoek gedurende de oorlogsperiode enorm toegenomen en kan aan de vraag naar goede muziek nauwelijks worden voldaan, ook is het opmerkelijk hoeveel jonge Engelse componisten de laatste jaren naar voren zijn gekomen.
William Walton, Benjamin Britten, Lennox ,Berkeley, Michael Typpett, Gordon Jacops en met hen vele anderen hebben gedurende de afgelopen jaren het hedendaagse Engelse muziekleven tot een nieuwe hoopgevende bloei gebracht. Een van de belangrijkste voortbrengselen van deze hedendaagse Engelse muziek zou ik willen bespreken.

Benjamin Brittens opera Peter Grimes is zeer zeker een van de weinige rijpe producten der laatste jaren. Welk een grote geestelijke afstand ligt er niettussen zijn Simple Symphony en deze slechts enige jaren later geschreven opera, die zulk een diepe inhoud heeft. In tegenstelling tot de zogenaamde
vooroorlogse Engelse componisten, zoals Elgar, Ireland, Vaughan-Williams en Holst, heeft het werk van Benjamin Britten steeds een eigen karakter vertoond.
Toen zijn Symphonia da Requiem in 1941 door het Boston Promenadeorkest onder leiding van Serge Koussevitsky werd uitgevoerd, vroeg deze dirigent waarom hij nog geen opera geschreven had.Benjamin Brittens opera Peter Grimes
is zeer zeker een van de weinige rijpe producten der laatste jaren. Welk een grote geestelijke afstand ligt er niet
tussen zijn Simple Symphony en deze slechts enige jaren later geschreven opera, die zulk een diepe inhoud heeft. In tegenstelling tot de zogenaamde vooroorlogse Engelse componisten, zoals Elgar, Ireland, Vaughan-Williams en Holst, heeft het werk van Benjamin Britten steeds een eigen
karakter vertoond.
Toen zijn Symphonia da Requiem in 1941 door het Boston Promenadeorkest onder leiding van Serge Koussevitsky werd uitgevoerd, vroeg deze dirigent waarom hij nog geen opera geschreven had.
Britten antwoordde dat het hem economisch was aan een zo omvangrijk werk te beginnen. Hij vertelde hem tevens dat hij al sinds enige tijd met het idee voor een opera rondliep en getroffen was door de atmosfeer, welke uit het
werk van den Engelsen George Crabbe sprak, die in het begin der vorige eeuw in dezelfde kuststreek
geleefd had als Britten. Zelfs Koussevitsky was geïnteresseerd in de idee van Benjamin .Britten, een opera te
schrijven gebaseerd op het werk van dezen dichter. Hij liet enige weken later weten ,dat hij hem de opdracht kon geven met de daartoe benodigde faciliteiten . Toen de componist in 1942 naar Engeland terugkeerde, besprak hij zijn idee met Montagu Slatter en verzocht hem het libretto te schrijven voor de opera ,Peter Grimes. Het gegeven van dit werk is typisch Engels en een gelukkig contrast gekunstelde probeersels van menige onzer tijdgenoten .
In het kleine dagelijkse gedoe van De Buurt (een vissersplaatsje in Suffolk) past de figuur van Peter Grimes slechts matig. Hij leeft alleen, is hard zichzelf en anderen en vol roekeloze 0ondernemingsgeest zonder zich te bekommeren om eventuele gevolgen, gaat hij in de gevaarlijkste zones op de vischvangst. Hij heeft in de buurt slechts een enkele,die hem goed gezind is. Het is Ellen een onderwijzeres, die hem tracht te helpen. Voor zijn boot gebruikt hij een leerjongen, dien hij naar het gebruik van die dagen kocht van het werkhuis in een naburige stad.

In de proloog zien wij hoe Peter de hoofdgetuige is in het gerechtelijk onderzoek naar de dood van zijn leerjongen. Er is een verwarde zitting waar Peter zich slechts met moeite
verstaanbaar kan maken. De uitspraak is: dood door ongeval. De magistraat geeft hem de raad geen andere jongens meer aan te nemen. Het volk is met deze uitspraak echter niet tevreden.


In het eerste bedrijf zien wij hoe Peter bij het aan wal brengen van zijn boot door de bevolking geboycot wordt.
Hij zal echter een nieuwen leerjongen krijgen,
die Ellen voor hem zal gaan halen op voorwaarde dat zij toezicht op hem mag houden en dat Peter hem goed
behandelen zal. Intussen is een storm opgestoken, die de gezelligheid in De Beer, de zeemanskroeg waarin zich de volgende scène afspeelt, verstoort en waarin de bevolking zich laat opzwepen tegen Peter Grimes.

In de tweede acte bemerkt Ellen dat Peter den jongen
mishandeld heeft. Geleid door den magistraat gaat
het volk van De Buurt op zoek naar Peter. Deze bevindt zich in zijn hut. Als hij het volk naderbij hoort komen, wordt hij bevreesd en neemt den jongen mee naar buiten. Deze valt te pletter daar waar de storm een gat in de rotsen heeft geslagen. Bij het vernemen van dit ongeval gaat de woedende menigte opnieuw uit om Peter te zoeken, die echter voordien met zijn boot de zee opgaat om daar een vrijwillige dood te
vinden. Dit gebeurt in de vroege morgenuren. Even later ziet men de zware mist opklaren en iedereen in de Buurt hervat het leven als gewoonlijk.

Ik wil in het bestek van dit artikel slechts een gedeelte van dit werk bespreken ten einde u een indruk te geven op welke wijze dit dramatische gegeven door Benjamin Britten verwerkt is.

Wat mij in de muziek trof is, dat hij breekt met de Wagneriaanse idee van het "leidmotief" en teruggrijpt naar de klassieke practijk van afgesloten muzikale eenheden. Daarom is ondanks het gebruik van een modern idioom deze
opera eigenlijk gemakkelijk te analyseren. Voor het eerst sinds de dagen van Purcell is hier een componist die het specifieke rhythme der Engelse taal recht laat wedervaren. De korte proloog is hiervan al direct een sprekend voorbeeld. Er zijn slechts zeven maten inleiding voordat het doek opgaat, die ons midden in de drukke terechtzitting brengen met het hoofdmotief :A dat tezamen te net een vlug zestienden motief voor fluiten en fagotten :B het materiaal vormt voor de proloog. Het eerste is kenmerkend voor de pedante spreektoon van den magistraat, het tweede voor de babbelachtige interrupties van de vissersbevolking.
De muzikale onderlijning is hier sober gehouden om de aandacht van den hoorder te concentreren op de
rechtzitting. Een prachtig voorbeeld van wat er met zuiver muzikale middelen aan innerlijke spanning bereikt kan worden geeft Britten in het eerste bedrijf.
Vanaf het aankondigen van de storm door den ouden zeekapitein wordt het zich geleidelijk toespitsen van
het dramatisch conflict en de daarmede samengaande groei van de storm met elementaire zekerheid door de
muziek gesuggereerd. Het fugathema v.b. 3. ..dat voor het eerst inzet als men op het toneel van een verandering der windrichting spreekt, wordt eerst door de solostemmen ingezet, terwijl het koor de polyphone
stemmen invult met exclamatorische phrases op een gesyncopeerd rhythme. Even later neemt het koor het thema in unisono over,terwijl het contrapunt door de solisten gezongen wordt. De spanning klimt door telkens stijgende toonsoorten hoger en hoger, terwijl op het toneel de opwinding van de bevolking toeneemt.
Bij de uitroep: "Kijk, de stormbal hangt uit" laten koor , solisten en strijkers tezamen het fugathema horen,
maar nu in de verbreding en machtig dubbel forte, terwijl de lage houtblazers daaronder een gesyncopeerde
passage in octaven spelen. Een unisono gezongen koor op de tekst "O, vloed, die voor niemand wacht",
wordt enige malen onderbroken door een verwoede orkest-passage v. b .4- ..., dezelfde die zich in de later volgende orkestinterlude als een der stormmotieven doet onderkennen.


De interlude zelf is niet slechts een muzikaal decoratieve verbinding tussen twee scènes, maar een werkelijke continuïteit van het woeden der elementen. Zij is knap en zuiver symphonisch behandeld, niet alleen dat zij de beklemmende spanning vasthoudt, zij voert tevens het geel op een hoger plan. In de kroeg scène, die op deze interlude volgt wordt Peter Grimes als het ware met een woeste stormvlaag naar binnen
geblazen. Zijn komst wordt in het orkest aangekondigd door een septiemaccoord voor gestopte hoorns, dat klinkt als de rauwe roep van een zeevogel. Daar boven uit klinkt een schril tremolo van den piccolo.
Wat nu volgt, het langzamerhand tot stormrazernij overgaan van het volk tegenover Peter, leidt tot het
fascinerend hoogtepunt van deze opera. Britten toont hier een meesterschap in het gebruik van zangers en -
orkest, die terecht uniek genoemd mag worden onder de werken van deze generatie. De "starscape"canon
waarmee hij de climax opbouwt, leidt onverbiddelijk naar het felle in 7/4 maat geschreven "peoples" chorus" v.b. 5. .., hetwelk geleidelijk aan door een steeds groter aantal zangers wordt overgenomen. Terwijl het koor zijn fanatiek obstinate rhythme blijft door zetten, tracht Peter, de "outlaw", dit collectief drijven te breidelen door het oorspronkelijke thema er in de verbreding bovenuit te zingen, maar moet tenslotte meegeven met de massa. Dan komt ook het orkest zich mengen met deze woeste beurtzang en werkt het geheel op tot een wit hete temperatuur.

Plotseling wordt dit onderbroken door de "entrée van Ellen met den nieuwen leerjongen, zij verzoekt hem mee naar huis te gaan (to go home)" niet Peter Grimes. En vol wrede hoon herhaalt het koor het woord "Home" op "een open kwint. Naast de zoëven genoemde zuiver muzikaal opgebouwde climax, die logisch voortvloeit uit de handeling deed het einde van de tweede acte mij aan als een verouderd theatrale vertoning. Als het volk besluit met stokken gewapend op te trekken naar Peter Grimes' hut, verschijnt er plotseling op het toneel een figuur met een grote roertrommel, die letterlijk met veel "tam-tam"vooropgaat.


Van een zuiver natuurlijke ontroering is daarentegen het recitatief van Peter Grimes in de laatste acte. De bariton Peter Pears, die met veel begrip de titelrol vertolkt, geeft hier een zijner ontroerende creaties. In zijn wanhopige toestand memoreert Peter Grimes in gebroken zinnen alle stadia van zijn tragische levensgang. Britten legt hier alle intensiteit in de homophone zangmelodie met als enig begeleidingsmotief. de roep van het volk, dat Peter zoekt; daaronder hoort men de doffe onwezelijken klank van de misthoren(tuba)

Het gegeven staat den componiste niet toe een grote climax aan het slot te verkrijgen.
Het weder opnemen van de rustige aanvangsscène,als laatste tafereel van de opera moge, in een film aangewend,effect sorteren ,aan het eind van de opera. Wekt het als een anti climax.
Ondanks dit laatste bewijst Benjamin Britten mety dit werk,dat hij als opera-componist grote begaafdheid bezit. Hij heeft de hoop, die door zijn Michel-Angelo sonnetten en zijn Serenade werd gewekt, met deze opera glansrijk in vervulling doen gaan.


 

 

Back Index