Ontgoocheling na tien jaar

.
Bevrijde Duitsche anti-nazi's hebben honger.

Onder hen, die na de capitulatie van Duitschland uit de Nazi-gruwelkampen werden bevrijdt bevinden zich ook duizenden Duitscherst die na 1933 getracht hebben den geest van vrijheid en democratie in
Duitschland levend te houden en die des wege gedurende vele jaren de folteringen van Buchenwald en Dachau hebben moeten ondergaan.
Voor zoover zij gelukkig zijn geweest er het levend af te brengen zijn zij nu bevrijd en het is 't meest voor de hand liggend dat zij nu worden beschouwd als strijders voor de goede zaak, die door hun ,houding verdiend hebben te worden opgenomen in de rijen der bondgenooten.
Het verloopt echter anders. Zij zijn Duitschers en als zoodanig zijn zij onderworpen aan iedere wet, die ook voor de leden der Nazi-partij geldt. Hierover schrijft Rhona Churchill in de Daily Mail: "De tragedie van deze mannen is, dat wanneer zij eenmaal uit de kampen zijn ontslagent niets wordt gedaan om hun geestelijke en lichamelijke
krachten te doen herstellen. Niemand geeft hun extra rantsoenen en niemand probeert door vriendelijkheid of door aandacht aan hen te besteden iets bij te dragen tot het herstel van hun geestkracht. Tegen
deze mannen, die ongekend leed hebben moeten dragen voor hun vruchtelooze pogingen om in Duitschland onze eigen beginselen levend te houden mogen wij niet glimlachen of met de hand wuiven als wij voorbijrijden in onze jeeps. Wij houden hen op dezelfde rantsoenen als de voormalige Nazi's en wij laten hen, die onder het Nazi-regiem een tijd van voorspoed beleefden en zich tegoed deden, in hun weinig beschadigde woningen leven, terwijl de mannen uit
Buchenwald zich op afschuwelijke wijze moeten behelpen in hutten en krotten. "Hebben wij hiervoor gevochten ?" vragen zij ,isdit alles ) wat jullie ons hebt aan te bieden ?


Walther Ley, één van de mannen, met wie Rhona Churchill sprakt die van de dertig jaren die hij oud is er tien in concentratiekampen heeft doorgebracht en Dachau Belsen en Buchenwald van binnen kent, ontsnapte een jaar geleden uit Buchenwald en vluchtte naar Keulen, waar hij vele maanden als een opgejaagd dier in kelders
doorbracht. Na het binnentrekken der Geallieerde troepen probeerdehij, Zoo goed en zoo kwaad als het ging, een niet al te beschadigd huis tot woning in te richten. Maar na korten tijd kwamen de geëvacueerde Nazi's terug en één van hen vond Walther Ley slapend in zijn bed en zwart brood etend van zijn tafel. ,Dat is van mij" schreeuwde
de Nazit maar Ley antwoordde kalm: ,Jullie ontnamen mij alles in 1933, jullie wierpen mi.in vrouw op straat t nadat ik was gearresteerd, nu kun je fluiten naar je meubelen. 'Toen', schrijft Rhona Churchill, "gebeurde er iets merkwaardigs.


De Nazi liep naar de Geallieerde autoriteiten en eischte teruggave van zijn bezittingen. Hij werd in het gelijk gesteld. Toen ging ook Walther Ley naar de autoriteiten. Zij waren zeer met hem begaan, zij begrepen zijn, moeilijkheden, maar zij konden niets doen. Walther Ley had geen eigen meubelen ? Hij was ze in 1933 kwijt geraakt ? Dat
was een heelen tijd geleden, is 't niet ? Het was heel erg vervelend, maar hij kon niet de meubelen van een Nazi nemen want dat was in strijd met de wet!
Een andere bevrijde gevangene uit Dachau ziet er bleek uit, met droef grijze oogen en hij is uitgeteerd door tuberculose. Hij heeft volle melk, wit brood en versch fruit noodig. Maar wat krijgt hij ? Slechts het honger rantsoen, dat ook aan Nazi-Duitschers wordt toegewezen. Hij krijgt geen melk en geen wit brood, geen fruit en slechts heel
weinig groente, omdat hij, thuiskomend uit een concentratiekamp, geen ingemaakte vruchten in zijn kelder vindt en niemand kent, die aardbeien en kersen in zijn achtertuin heeft.


En het artikel gaat verder,Joseph Silber, een Jood vroeg mij: Waarom behandelen jullie onst alsof wij Nazi's waren ? De Nazi's weigerden ons als Duitschers te beschouwen, ontnamen ons alles en hongerden ons uit. Wij hebben gebeden voor jullie komst. En wat gebeurt er nu ? Jullie noemen ons weer Duitschers en wij krijgen nog niet de helft van het voedsel, dat aan de buitenlandsche arbeiders wordt toegewezen."Deze menschen"t schrijft Rhona Churchill,"zijn blij dat hun land door de Geallieerde wordt bestuurd en zij zijn verlangend met ons samen te werken. Zij zouden graag onze vrienden zijn, maar nu worden zij steeds bitterder gestemd.
Soms vragen wij ons af , zeggen zij, waarom wij zoo dwaas waren om te vechten en te hopen. Wij vragen zoo weinig; wij willen dat jullie blijven en ons land besturen. Wij weten, dat Duitschland verdient gestraft te worden voor
al het lijden, dat het over de wereld heeft gebracht en wij weten ook dat het gedurende vele jaren niet in staat zal zijn zichzelf te besturen. Maar is het te veel gevraagd, dat jullie ons een weinig vriendschap toonen en een beetje dank voor het geen wij probeerden te doen voor jullie komst? Is het teveel gevraagd,dat jullie ons gelegenheid geven om een nieuw Duitschland op te bouwen,in plaats van hen te gebruiken ,die rijk werden,terwijl wij honger
leden.

Back Index