Na de manifestaties van de toneelgroep 5 mei
1945 met het merkwaardige stuk" Vrij Volk", door vijf auteurs geschreven,
na het concert" Vrije klanken" door de musici ten gehoore gebracht,
die zich uit het openbare muziekleven hadden teruggetrokken, traden thans in den
Stadschouwburg de beoefenaren der danskunst op in een groepering, welke zij
.,Op vrije voeten"hadden genoemd. Wij hebben lieden gesproken, die de beteekenis
dezer manifestaties trachtten te kleineeren, o.a. door er op te wijzen, dat er
overwegend vrouwen aan deelnemen, waarvan er velen zijn die niet, of althans niet
alleen, de verantwoordelijkheidvoor een gezin hadden te dragen of door te smalen,
dat zij in den bezettingstijd met het optreden in besloten kring minstens zoo
goed in haar onderhoud konden voorzien als voorheen met openbare uitvoeringen.
Deze nijdassen zien over het hoofd, dat de kunstenaar geen grooter offer kan
brengen, dan zich vrijwillig uit de openbaarheid terugtrekken. Zij vergeten wat
het voor onze zangeressen beteekend heeft eenige der beste jaren van haar leven
afzijdig te blijven van het openbare kunstleven; wat het voor een danseres wil
zeggen om maanden achtereen de normale gelegenheid te missen der dagelijksche
training. Deze manifestaties gaan ver uit boven de geijkte beteekenis van een
concert of dansvoorstelling.
Een
aardig moment in de Stadhuis scene.
Zij
zijn bovenal demonstraties. Demonstraties van karakter en gezindheid, van een
diep verantvoordelijkheidsbesef van den kunstenaar tegenover land en volk. En
wanneer er dan, zooals in dit speciale geval van den dansavond welke ons hier
bezig houdt, nog een winst van anderen aard bijkomt, dan moeten wij ons verheugen
getuige te hebben kunnen zijn: van een daad, die voor ons kunstleven verstrekkende
gevolgen kan hebben. Deze dansavond gaf solodansen van Irene Oetreij, Karel
Poons,Maja Morova.. Do van Dalsum, Maria Petrelli . Beatrix Leoni en kleine ensembles,
waarin behalve deze genoemden Hans Snoek, Ruth Helmer, Florrie Rodrigo, Martha
Bruin, Selma Chapon, Greetje Donker, Elly Duc, Bettie Gerzon, Elsbeth Meyer, Elsa
Tromp, Jos Wintershoven optraden. En daarnaast, als hoogtepunten van het programma,
enkele balletten, waar in zich naast dezen nog een aantal anderen schaarde.
Irene
Getrij de jeugdige Poolsche danseres,die zich voor het eerst na haar zolder en
huiskamer recitals op vrije voeten op de planken van den hoofdstedelijken Stadsschouwburg
bewoog.
Men zag
hier een combinatie van individualiteiten, die vroeger .moeilijk tot samenwerking
te bewegen Waren en het "eendracht maakt macht" werd opnieuw bewaarheid.
Want er zat leven,elan,geestdrift in het gepresteerde. Zeker is het niet moeilijk
critische aanmerkingen te maken, zwakke momenten te constateeren, den vinger te
leggen op de kleinere of grootere tekortkomingen. Doch men zou daarmede slechts
onrecht doen aan het geheel, dat overtuigend was door zijn eendrachtigen wil om,
over oude verschillen van geaardheid en tegenstellingen heen, te geraken tot een
eenheid en samenwerking ,zonder welke de danskunst in ons land niet tot volle
ontplooiing gebracht kan worden.
Maria,Petrelli,Roiz
ook de rentree van Maria Petrelli Roiz met haar Spaansche dansen oogste veel bijval.
De
grootste overtuigingskracht ging daarbij uit van het ballet "De duivel in
het gemeentehuis", waarop de choreographen Maja Morova, Florrie Rodrigo en
Hans Snoek , eendrachtig haar krachten geconcentreerd hadden ,en waarvoor het
scenario en Lex van Delden de muziek schreef. Het geheel beoogde den strijd van
goed en kwaad bij bij den opbouw te symboliseeren. Veel charme had een luchtiger
ballet n "Premiêre-koorts" Waarvoor Ruth Helmer de de choreografie
had geleverd en een goed besluit vormde het symbolische vlaggenspel met de choreografie
van Irene Getrey en muziek van Lex van Delden.
Ulco
Kooistra. Een sympathieke figuur in het Amsterdamsche kunsternaarsleven. Ulco
Kooistra,wiens even voortreffelijk als veelzijdig werk op deze dansmanifestatie
afdoende is gebleken.