De bezwaren tegen de meesten van onze
land-genooten, waaraan wij in ons vorig hoofdartikel met een enkel woord uiting
gaven, komen eigenlijk slechts voor een deel te hunnen laste. Voor een belangrijk
deel zijn zij het gevolg van de onvoldoende voorlichting van overheidswege. Want
al gaat "tout savoir c'est tout pardonner" d:n niet altijd op, men moet
toch veel weten, om veel te begrijpen. Het heeft in ons land tot nu toe ontbroken
aan een centralen voorlichtingsdienst, waaraan de behoefte in dezen tijd zich
klemmender doet gevoelen dan ooit. Daarom heeft het ons bijzonder genoegen
gedaan uit de radiorede van prof. Schermerhorn te vernemen, dat er een regeeringsvoorlichtingsdienst
in voorbereiding is, die o.a. hoopt op een "hartelijke verhouding tot
de Nederlandsche pers." "Wij van onzen kant hopen, dat onzen energieken
minister-president hier een andere figuur voor oogen heeft gestaan dan een
regeerings-persdienst, zooals ,wij die voor den oorlog hebben gekend en die weinig
wezenlijk effect heeft gesorteerd.
Persoonlijk zou
het ons liever zijn geweest wanneer deze zoo belangrijke taak in handen van
een zelfstandig ministerie gelegd zou zijn. Immers, op het oogenblik bestaat
het gevaar ,dat ministers, die uitstekende juristen, oeconomen, strategen, ingenieurs
enzoovoort mogen zijn, hun bemoeiïngen tevens zullen gaan uit strekken tot
het terrein van de voorlichting van het Nederlandsche volk niet alleen, want
er ligt ook buiten onze grenzen een groote en belang- rijke taak op dit gebied
te verrichten! Er kan niet genoeg den nadruk op gelegd worden, dat de voorlichting
en wij schromen niet er in dit verband tevens het woord propaganda in te betrekken,
zoo goed een vak is, dat men moet verstaan als het bouwen van bruggen, het
saneeren van ons oeconomisch leven en het in goede banen leiden van ons onderwijs. Vooral
door toedoen van Goebbels heeft het begrip propaganda-ministerie een onaangename
klank gekregen,doch er bestaat ook nog truth in advertensing en het is een groot
verschil of men een goede of slechte propaganda maakt. Wij schrikken er niet
voor terug te zeggen ,dat wij hartstochtelijke voorstanders zijn van een ministerie
van voorlichting en propaganda,dat, mits het zijn taak eerlijk en vooral fatsoenlijk
opvat en mits het bezield is van een oprecht idealisme en van den innigen wensch,land
en volk te dienen, Nederland hier en in .den vreemde onschatbare diensten kan
bewijzen.
Zoowel nationaal als internationaal heeft
zulk een dienst of ministerie een drie-ledig aspect : aan den eenen kant dient
de Regeering als geheel geregeld op de hoogte te worden gehouden van de tendenties
in de Nederlandsche en buitenlandsche pers, die voor haar van be lang zijn, waarmee
zij rekening dient te houden, respectievelijk waarop moet worden gereageerd en
aan den anderen kant dient het,zooals prof. Schermerhorn terecht opmerkte, als
het ware "het denken van de Regeering voor het volk te reproduceeren". Maar
ook het element propaganda kan en mag o.i.. niet worden verwaarloosd. Het zou onjuist
zijn. te concludeeren, dat het op den weg van de Regeering zou liggen, het volk
bepaalde politieke inzichten bij te brengen. Doch het is wel degelijk haar taak
meenen wij , het Nederlandsche volk, met gebruikmaking van de middelen, die. de
moderne wetenschap der publiciteit haar biedt, op te voeden tot goede vaderlanders,
het een juist besef van zijn plichten bij te brengen en van de duurzame waarden
van het leven, de bezinning te doen verkiezen boven de oppervlakkigheid en het
altruïsme boven het egoïsme 't te leeren stellen, het belang bij te
brengen van ieders aandeel in de bevordering van de nationale welvaart, het te
doordringen van de importantie van onze overzeesche gewesten, van de beteekenis
van het Huis van Oranje enz. Kortom: het als geheel te overtuigen van de noodzakelijke,
voorwaarden om te geraken, tot een g'ezond en krachtig volk, naar lichaam en
geest.
Dit alles is een belangrijk en moeilijk werk,dat ons volk en daarmede
ons Vaderland ten goede,kan komen en dat alleen met vertrouwen in handen kan worden
gelegd van hem ,die hier tegen opgewassen is en die op het gebied van publiciteit
zijn sporen verdiend heeft.