De
EuropeescheOorlog.
Het is een verschrikkelijk, een monsterachtig
woord dat wij hierboven moeten plaatsen, en toch, hoewel de vijandelijkheden nog
ternauwernood begonnen zijn, door welk een wonder zou het nog kunnen geschieden
dat het terrein van den strijd beperkt werd ?
Zal ook niet Italalie meegesleept
worden en zal Engeland niet moeten meedoen ,misschien tegen wil en dank.
Stelt
men zich voor,wat het zeggen wil dat thans reeds tien millioen menschen gewapend
tegenover elkaar staan, over korten tijd vijftien millioen ? Gewapend met alle
hulpmiddelen der modernste vernielingstechniek ,met alle soorten van geschut,met
vloten,met onderzeeërs ,luchtschepen en vliegmachines.
De oorlog te land,
te water, onder water en in de lucht .Men huivert voor de cijfers , waartoe men
komen zou, indien men wilde gaan schatten, welk ontzettend verlies aan menschenlevens,
welke reusachtige vernieling van goederen en onherstelbare vernietiging van kunstschatten
het menschdom te boeken zal hebben, vóór wij een maand
verder
zijn !
Dies irae, dies Illa...
Is dit niet waarlijk een dag des
oordeels voor de Oude Wereld ?
In heel de geschiedenis van de beschaafde menschen
is zulk een ramp nog niet voor gekomen.
En waarom, waartoe ?
Wie
wil eigenlijk dezen oorlog? Niemand, zou men zoo zeggen. Duitschland gaat vechten
voor
zijn bondgenoot, E'rankrijk evenzoo, Rusland vecht voor Servië, het is eer:
noodlottige keten, met als uitgangspunt het roekelooze diplomatieke bedrijf
te Weenen. Dit
alles lijkt een onbegrijpelijke razernij en toch ziet men niet
in, hoe het anders zou kunnen
gaan.
Twee dingen zullen nu
wel duidelijk zijn.Het eerste Is dat onvoorwaardelijke of nagenoeg onbeperkt geldige
verdragen van wederzijdsche hulp, gelijk er bestaan tusschen Frankrijk en Rusland
eenerzijds en tusschen Duitschland en Oostenrijk anderzijds, immoreel zijn. Ze
verplichten tot blindelings mee gaan, ook in kwade zaken. Is 't niet absurd een
absoluut bondgenootschap tusschen den socialist ,Viviani en den Tsaar, tusschen
de vooruitstrevende Fransche republiek en het Russische despotisme ?
Dat
is wat men noemt: "Groote politiek"Grootheidswaan, heerschzucht, "de
er" van
de eene tegen "de eer" van de andere groote mogendheid,
en te vaak, helaas, dief en
diefjesmaat. 't Andere wat nu wel iedereen zonneklaar
blijken moet, is dat de volkeren, die immers deze afschuwelijke misdaad tegen
de beschaving verfoeien, hun regeerders niet langer vrij mogen laten om geheime
tractaten,geheime clausules te sluiten, de diplomatie
te laten werken in het
verborgene.
Ging dit alles,evenals de moderne rechtspraak,in het
openbaar zou er nog wel ooit een oorlog althans een groote oorlog kunnen komen
.
Men vraagt zich af, of in onze dagen, nu reeds de oorlogsdreiging
het maatschappelijk
leven allerwegen ontwricht, een zoo ongehoorde krijg, die
ons geheele werelddeel omvat, nog
wel mogel ij k zal blijken. Of de legers,
na enkele botsingen, hun bedrijf niet zullen
moeten staken, omdat op een beperkte
ruimte alles vernield en verwoest wordt en er dien
ten gevolge geen voedsel
meer zijn zal, en geen geld. ...Wij moeten 't hopen.
Hoe dat
zij, protesten tegen dezen oorlog kunnen nu niets meer uitwerkt In. Indien de
vredesbeweging,
op heel de wereld, sinds jaren algemeener, krachtiger en ernstiger
gevoerd
ware, had zulk een gruwel wellicht voorkomen kunnen worden. De onverschilligen,
de
spotters, zullen nu ervaren wat zij hebben verzuimd.
Maar nu wij, ook In Nederland,
gevaar loopen in dezen maalstroom te worden meegesleept,
is onze voor de hand
liggende plicht, de uiterste krachten in te spannen ter handhaving van ons volksbestaan.
Zulk
geweld, eenmaal losgebroken, wordt slechts met geweld gekeerd; men moge dat betreuren,
maar het is niet anders!. Thans te manifesteeren en te oreeren is gevaarlijk,
omdat
dit het zelfvertrouwen en de opgewektheid moet ondermijnen waarmee ieder
die
daartoe geroepen wordt, zijn plicht behoort te doen. Daarom kannen wij het
slechts
toejuichen dat onze Regeering onze Koningin in de eerste plaats zoo snel en
volledig
de maatregelen beraamd en uitgevoerd heeft die aan de wereld verkondigen:
Wees
voorzichtig, wij zijn gereed. Wie ons zou willen aanvallen, zal rekening hebben
te
houden met Hollandsche degelijkheid, koelbloedigheid en hardnekkigheid.
Zoo
wij al geroepen zijn, als kleine staat,vooraan te staan in het streven naar wereld
vrede,
wij hebben als natie ook den plicht tot zelfbehoud te vervullen. En dat kan nu
slechts
geschieden door het met kalmte, ernst en toewijding aanvaarden van de taak die
elk
onzer wordt opgelegd.