Rijkdom en armoede

Niet alleen Utrecht, doch geheel Nederland stond: deze week weer in het teeken van de Jaarbeurs. En geen wonder. De beteekenis van deze markt is thans te vergelijken met die van de vroegere Leipziger Messe. Van de 2514 deelnemers zijn er 1134 met buitenlandsche producten aanwezig, dat is 45%, of ,bijna de helft. De handelshuizen van West-europa hebben in ons land een contactpunt gevonden en we vermoeden zoo, dat er ook andere transacties tot stand zijn gekomen, dank zij de hier geschapen mogelijkheid met vertegenwoordigers uit alle
deelen der wereld zaken te doen.


Voor de Nederlandsche industrie waren ongetwijfeld de beide "exportdagen" de ,belangrijkste. Deviezen voor den uitvoer worden door de regeering maar al te graag verleend, de afzet in het binnenland daarentegen is aan tal van beperkende bepalingen gebonden.
Helaas heeft de vorst hier en daar de productie beïnvloed,alhoewel het gemiddelde toch geen sterke daling te zien geeft. Bereikten wij in September nog slechts 46% van de productie in 1938, over November steeg dat cijfer reeds tot 90% om in December rond de 85% te blijven schommelen. Afgewacht dient thans te worden, welk percentage hiervan wordt uitgevoerd en hoe weinig er uiteindelijk in ons land ten eigen bate kan worden geconsumeerd.
Nederland heeft op dit oogenblik ,meer dan 9 millioen inwoners. .Een groot gedeelte van de bevolking heeft onmiddellijk behoefte aan tal van gebruiksvoorwerpen, kleeding, meubelen,
linnen en huishoudelijke artikelen. Het overige gedeelte kan misschien nog korten tijd toe, door zich te behelpen met hetgeen zij bezit, maar ziet toch eveneens verlangend uit naar een mogelijkheid tot vernieuwing en aanvulling.


In feite komt Nederland te kort aan hetgeen wij zelf produceeren. Negen en een half millioen menschen - Staan -met of zonder ,geld -gereed om te koopen, wat de fabrikanten hun voorzetten. De markt is practisch onverzadigbaar. En wat kunnen de fabrieken, wat kan de groothandel aan het binnenland leveren ? Niets!

Wij hebben lang gezocht langs de stands. Wij hebben gepraat met deskundigen en geheuld met de klanten. We informeerden naar prijzen en hoorden de levertijden. We toonden ,bij alle artikelen "interesse", maar helaas, behalve handen vol boekjes en rijk geïllustreerde brochures brachten we geen tastbaar bewijs van Nederlands fabrikaat mee naar huis.
Er is veel te zien. We staarden in stomme bewondering naar de nieuwste uitvindingen en de laatste verbetering. We watertandden bij de demonstratiemodellen en vernamen vol ontzag van enorme toekomstplannen. Maar als we vroegen, wanneer we zooiets in buis
konden hebben, kwam er een wachtlijst, een bestelbiljet voor 1950, of alleen maar een vage ,belofte.
Dat is de voorjaarsbeurs 1947.
Nederland zit wel diep in de schuld. Nederland' heeft verplichtingen aan het
Buitenland . Nederland snakt naar deviezen. Wat Nederland maakt, gaat over de grenzen. Slechts een zeer gering percentage is bestemd voor den wederopbouw.
Nederland bezit een jaarbeurs. Met groot verlangen heeft Nederlands zakenleven uitgezien naar den dag waarop onze productie handel en nijverheid zich den volke zouden vertoonen.
Met treinen, autobussen en tal van andere vervoersmiddelen stroomden de Nederlandsche zakenlieden naar Utrecht. Vertengenwoordigers kwamen met blanco vo1macht, Zij mochten koopen wat ze maar wilden, als ze maar iets mee terugbrachten. Inkoopers drongen zich
om elken stand.


Nederland bezit een jaarbeurs, ja.
Maar Nederland heeft niets kunnen koopen.
Nederland is rijk aan producten. We hebben onze rijkdom met eigen oogen aanschouwd en wij wisten niet, dat wij zoo rijk waren.
Nederland heeft behoefte aan goederen. Wij hebben onze armoede met eigen oogen aanschouwd en wij wisten niet, dat wij zoo arm waren.
Nederland is rijk, Nederland is arm. Maar wat het ergste is, dat Nederland te arm is, om met eigen rijkdom de eigen armoede te lenigen.

Back Index