Materiaal: ongeveer 150 gr fijne
witte babywol, wat lichtblauwe babywol voor de garneering, 2 breinaalden
no.2, 6 groote en 4 kleine witte knoopen, 2 breinaalden no.2, 1 haakpen no.2.
Maten:
truitje lengte 27 cm, halve wijdte 25 cm, broekje: lengte tot aan het kruis
24 cm. Bij het broekje is een lapje van 25 steken breed en 40 naalden hoog
10 cm in het vierkant.
Broekje
Dit wordt op breinaalden no. 2 gewerkt. Voorpand: Wij beginnen aan den
bovenkant en zetten 62 steken op. Hierboven breien wij een boordje van 16
naalden in het ribbelpatroon 1 recht, 1. averecht. Bij de 8ste naald worden de
knoopsgaten ingewerkt. Hiervoor kanten wij de 8e-10e, 30e-32e, en 52e-54 steek
af en zetten bij de volgende naald hierboven telkens 3 nieuwe steken op. Vanaf
de 17e naald breien wij op den bovenkant van het werk steeds recht, op de achterzijde
steeds averecht. Bij de 97e naald worden voor het kruisje de middenste 8 steken
in een lijn afgekant en boven de 27 steken elk aan weerskanten worden de pijpjes
gewerkt.
Rechterpijpje: Bij de 10e , 20e , 30e en 40e
naald aan weerskanten van het werk 1 steek minderen. Vanaf de 45e -60e naald
in het ribbelpatroon 1 recht, 1 averecht werken. Dan volgt de boven- kant van
het voetje.: Hiervoor minderen wij bij elke heengaande naald de eerste en laatste
steek van de naald, terwijl uit de middenste steek telkens 3 steken gebreid worden,
zoodat het aantal steken steeds gelijk blijft. Vanaf de 79e naald wordt in het
midden niet verder gemeerderd, terwijl wij doorgaan met minderen aan weerskanten,
tot er nog 5 steken over zijn. Deze afkanten.
Linkerpijpje:
Op dezelfde wijze.
Achterpand: Tot de 60e naald van
de pijpjes op dezelfde wijze breien als voorpand. Aan het begin van de 61e naald
22 steken erbij opzetten en aan het einde van deze naald eveneens 22 steken meerderen.
Nu boven in totaal 59 steken breien op den bovenkant van het werk steeds recht,
op de achterzijde steeds averecht. Aan het begin van de 66e , 67e , 68e en 69e
naald telkens 2 steken afkanten. 7Oe naald: alle steken afkanten. Beide deelen
worden verbonden. Bij het voetje wordt eerst de zool gesloten en daarna het bovenstuk
op het achterstuk genaaid. Middenvoor op het voetje halen wij er een van lichtblauwe
wol gehaakt koordje door.
Truitje
Dit wordt op naalden no.2 gewerkt. Voorpand: Wij beginnen aan den onderkant
en zetten 70 steken op. Ie naald: {bovenkant van het werk )recht ,2e naald(achterzijde
)averecht,3e naald recht,4e naald averecht ,5e naald recht,6e naald averecht ,7e
naald rechts,8e naald averechts.9e naald x2recht ,2averecht ,vanaf x herhalen,10e
naald ;de bij de vorige naald recht gebreide steken worden nu averechs gebreid
en omgekeerd.11e naald:x 2averecht,2rechts,,vanaf x herhalen. 12e naald zoals
de 10e naald ,1e en 12e naald steeds herhalen.
Voor
de armsgaten kanten wijde 95e en 96e naald telkens 3 steken af en van de 97e tot
de I01e naald bij elke naald aan weerskanten I steek, Vervolgens over dezelfde
breedte breien tot de I34e naald. Voor de halsuitsnijding kanten wij bij de
135e naald de middelste 4 steken af en breien daarna de schouders verder afzonderlijk.
'Rechterschouder: de 137e , I39e en 141e naald telkens 2 steken afkanten. Aan
het begin van de 143e naald I steek minderen. 147e naald:De overgehouden steken
afkanten. Linkerschouder : op dezelfde wijze in tegenovergestelde richting.
Achterpand:
Dit wordt tot aan het begin van het split op dezelfde wijze gewerkt als het voorpand.
Voor de split verdeelen wij het werk bij de 94e naald in 2 deelen. Boven 38 steken
breien wij de rechterhelft. Voor het armsgat kanten wij aan het begin van
de 95e naald 3steken af en minderen elke volgende naald telkens 1 steek totdat
in totaal 8 steken geminderd zijn. Bij de l04e , 116e , 128e en 140e naald,wordt
op een afstand van 2 steken van de middenkant over een breedte van 3 steken telkens
1knoopsgat ingewerkt. Voor de hals kanten wij bij de 142e naald 8 steken af
en aan het begin van de 144e en 146e naald telkens 2 steken. 147e naald ; De overgehouden
steken afkanten. Aan het begin van de linkerhelft zetten wij aan de zijde van
de split voor de knoopenrand 6 steken erbij op en breien vervolgens over 38 steken
op dezelfde wijze als de rechterhelft. Mouw: Aan den onderkant beginnen en
36 steken opzetten. Hierboven in het patroon van het voorpand breien. Bij
de 8e en verder om de 8 naalden meerderen wij aan weerskanten van het werk
telkens 1 steek totdat 54 steken op de naald zijn. Voor den kop van den mouw kanten
wij vanaf de 110e naald aan het begin van elke naald telkens 3 steken af, totdat
nog 12 steken over zijn. Deze in één lijn afkanten.
Kraag:
Wij beginnen aan den binnenkant en zetten 84 steken op. Hierboven breien wij 3
naalden in het ribbelpatroon 2 recht, 2 averechts en hierboven 9 naalden 1recht,1averechts
,ten slotte van lichtblauwe wol 1naald recht,1naald averecht,dan afkanten.
De
deelen worden vochtig gemaakt en gespannen. Wanneer ze goed droog zijn worden
ze in elkaar gezet.