De zegevierende mannen
van de geallieerde legers staan lachend afgebeeld op de foto's in de wereldpers.
Breed grijnzend en zwaaiend, omdat zij naar huis gaan waar zij met bloemen en
tranen van blijdschap zullen worden begroet. Waar hun deurposten met slingers
versierd zijn en de tafels buigen onder de spijzen en dranken, door verwanten
en vrienden bijeengebracht. Er zijn ook andere foto's, maar de mannen daarop
lachen niet. Ook zij gaan naar huis, maar daar wachten geen bloemen, zoomin als
rijke tafels en bespraakte vrienden. Wel vloeien er tranen, tenzij het leed zóó
groot is, dat het geen tranen meer vindt. Feldwebel Heinrich Kastner is
een van die mannen. Hij is terug gekeerd uit een Russisch krijgsgevangenkamp,
maar hem verbeidt geen uitgelaten menigte om hem in te halen. Hij vindt in het
eens zoo trotsche Berlijn zelfs zijn huis niet meer en pas na lang zoeken en vragen
ontdekt hij zijn vrouw en dochter in een bijna onbewoonbaar vertrek ergens in
de Russische , zone van de stad,en de blijdschap van het wederzien verdwijnt
snel onder den last van het verdriet om alles wat verloren ging.
Heinrich
Kastner arriveert aan het Berlijnsche Anhalter Bahnhof
Hij
staat op de puinhoopen wat eens zijn huis was
Sieg
heil! Hij is zesenveertig jaar oud, Heinrich Kastner. Zes jaar geleden gaf,hij
gehoor aan het bevel, dat hem onder de wapenen riep. Hij ging, zooals hij in '14
ging, toen een ander staatshoofd hem riep met hetzelfde doel: de agressie van
het buitenland te keeren en de toekomst van het Duitsche volk veilig te stellen.
Magische zinnen, die hem prettig stemmen en hem zonder morren het geweer doen
opnemen en aanleggen. Heinrich Kastner gelooft. in de woorden van zijn superieuren,
die hem zeggen, dat zijn strijd een "zending" is, die hem en zijn groote
' volk onsterfelijk zal maken. Ja, ja, zegt hij en stelt zich dan met hart en
ziel achter de maatregelen, die de heilige zending moeten helpen slagen. Lang
was Heinrich Kastner,winkelbediende.
Sinds 1938 werkte
hij in de fabrieken van de B. M. W. en vervaardigde onderdeelen, waarvan hij zeker
wist, dat een auto eer niet door rijden kon. Hij was eens een overtuigd sociaal-democraat
en hij geloofde vast in de stellingen, die door zijn partijmannen met zoveel nadruk
uitgebracht werden. Maar sinds ' Hitlers diplomatleke successen en na diens opwindende,
met nog meer nadruk uitgesproken redevoeringen te hebben genoten, sloot hij zich
bij de nationaal-socialisten aan. De Führer is groot en goed, duizend maal
in woord en schrift, is het hem verzekerd en hij neemt het onvoorwaardelijk aan.
Hij knikt tevreden als de Fuhrer zegt met al zijn krachten te zul1en streven
naar welvaart en geluk voor het gansche volk. Hij is zielsverheugd als de Führer
zegt, de zorgen van de natie op zijn sterke schouders tezul1en nemen. Hij is met
den Führer verontwaardigd als deze het infame en onverdiende verdrag van
Versai1es geeselt en hij voelt een ongekende kracht in zich ontwaken als de Führer
zijn gehoor vraagt hem te helpen het ongedaan te maken. Hij kijkt als een kind
zoo verzadigd naar de massa betoogingen en voelt zich sterk met zoovelen. En
gewillig steekt hij waar en wanneer hij kan zijn hand omhoog of klapt de hakken
tegen elkander, wat het bloed sneller doet kloppen en almachtig stemt. Als
dan voor de tweede maal in zijn leven de oorlog uitbreekt is hij, als toen, even
beduusd. Maar als zijn Fuhrer hem verzekert,dat hij met hulp van de Voorzienigheid
vecht voor zijn land, vrouw en kind, dan valt de vrees van hem af. "Een man,
die zóó hard praat kan niet liegen" redeneert hij en valt met
de anderen Polen binnen en slaat neer wat hij kan .In naam van Fuhrer en Voorzienigheid
. Er rust zegen op het Duitsche wapen .Heinrich Kastner constateert het vroolijk.
Waar zij komen, wijkt de vijand. Door stof en hitte wordt hij achtervolgd, ingehaald
en gedood of gevangen genomen. Na Polen is Frankrijk aan de beurt en ook dit stort
ineen. Heinrich Kastner, de eenvoudige winkelbediende van vroeger, richt zich
al hooger op. Heeft hij met de zijnen niet het lot van de heele wereld in handen?
Na Polen en Frankrijk moet een nieuwe bedreiging het hoofd worden geboden: den
Balkan. Ook hier overwint het Duitsche wapen en nimmer strekte Heinrich Kastner
zóó zijn rug. Heeft hij met de zijne niet het lot van de heele wereld
in handen ? Zijn Fuhrer zegt het en de feiten geven hem gelijk. Heinrich Kastner
voelt zich onoverwinnelijk . Blijmoedig en vervuld van zijn zending heeft hij
tot nu te voet twee duizend kilometer afgelegd. Zijn voeten zullen hem nog
verder dragen, al naar de Führer beveelt. Deze stuurt hem naar Rusland, ook
al een deel van de wereld,dat het op zijn van nature zoo vredelievend land heeft
voorzien. De eeuwige dank van zijn volksgenooten zal hem geworden, als hij ook
deze bedreiging te niet doet. Heinrich Kastner vraagt niets liever, macht is,
een prettig bezit en de toekomst moet beveiligd worden. Uit Kolbermoor in
Opper-Beieren vertrekt hij met zijn compagnie naar het front. De meisjes zijn
gul met bloemen en kussen en de schooljeugd zingt forsche, krijgshaftige liederen
aan den trein. Het eerste contact met den nieuwen vijand is er spoedig. En Heinrich
Kastner ,ziel zingt. Het is lang geleden dat hij bang was hij hielp intusschen
de halve wereld over winnen!
Hier
verlaat hij de Amerikaansche zone om de Russische te betreden
Het
wapen wordt stomp. Heele divisies worden ingesloten, de buit is niet te tellen.
Voorwaarts gaat Heinrich,het Russische land binnen. Hitte en stof,regen en modder
moeten bevochten worden en wat later sneeuw en ijs en ook de Rus vecht harder
terug. De radio, de krant en de compagnies commandant zeggen desondanks ,dat
de situatie gunstiger is dan ooit: Dit blijven ze zeggen. ook als Heinrich Kastner
het gevoel krijgt,dat hij weerstreefd wordt. Maar dan wordt hem een ijzeren kruis
uitgereikt.De Führer is groot en goed ! Maar met het vorderen van
de maanden groeien de ontberingen, het aantal nederlagen en dooden. Heinrich Kastner
weet nu zeker, dat hij weerstreefd wordt. Weer loopen zijn voeten duizenden
kilometers , thans echter om de eene linie na de de andere aan de oprukkende Russen
af te staan. Heinrich Kastner 's ziel zingt thans niet meer. Hij heeft al
zijn krachten noodig om op de been te blijven en niet moedeloos aan den kant van
den weg te gaan zitten. Er is iets in hem geknapt ,het gevoel van macht is al
lang uit hem weg gevloeid. En in minder dan geen tijd zverloor hij toen ook
zijn zelfvertrouwen, En terwijl hij met zijn gedunde compagnie uit Rusland terugtrekt,
vindt hij tijd om zichzelf vragen te stellen, In den chaos belandt hij met zijn
compagnie in Praag. Daar loopt hij tijdens de straatgevechten een kogelwond in
zijn arm op. Dan wordt hij gevangen genomen en overgebracht naar een kamp in
Rusland.
Verloren rijk Hier heeft Heinrich Kastner
alle gelegenheid zijn eigen vragen te beantwoorden. Nu denkt hij, wat hij sinds
de jaren niet werkelijk gedaan heeft. Hij denkt aan den tijd, dat hij
in een witte jas achter de toonbank stond -het lijkt eeuwen geleden nu. Hij hoort
weer de vertrouwde winkelschel en het opgewekte goedemorgen van vele klanten en
hij zou er alles voor over hebben om weer daar te staan. Thuis wachtte hem
zijn vrouw met een stevig maal,terwijl Gisella , die toen nog klein was, vroolijk
snaterde boven haar bord. Het leven was toen goed ,veilig en vredig.. Maar waarom
ging hij dan naar de lawaaiige massa betoogingen van de Nazi's ,wat wilde
hij er winnen? Nu weet hij het: om alles wat hem daar beloofd werd. Tot dan was
hij tevreden geweest met wat. hij bezat .Toen werd hem echter verteld, dat hij
een Edelgermaan was, voorbestemd om te heerschen en te bezitten. Hij, Heinrich
Kastner ! Hij was het zelf gaan gelooven en van dien dag af was zijn tevredenheid
uit hem weg gezakt. Als hij eerlijk wil zijn jegens zichzelf moet hij bekennen.
dat hij uit de woorden en de handelingen van de partijmannen toen al had geweten,
waarop hun streven naar een Groot-Duitschland moest uitloopen. Op oorlog, want
die alleen zou het mogelijk kunnen maken, dat de rest van de wereld den Führer
de vereischte gebieden afstond. Toch had hij niet de kracht en den wil gehad tegen
dit gevaarlijke spel te verzetten en het af te wenden, Integendeel, hij had het
prettig gevonden mee te spelen, nog opgezweept door de heerlijk-opwindende marschmuziek
die allen betoogingen kracht bijzette.Liever dan te handelen naar de bezorgde
stemmen in hem, had hij zijn Siegheil uitgeschreeuwd en het met de millioenen
weifelachtige slappelingen, die waren als hij mogelijk gemaakt, dat de Partij
staande op hun ruggen,de absolute macht aan zich kon trekken. De oorlog was gekomen;
wreed en genadeloos. Eerst als een champagneroes opwindend en verdoovend tegelijk,
later bitter en doodelijk. Hij denkt aan de ontploffingen van de Poolsche granaten,
aan het geratel van hun machinegeweren,toen hij opnieuw den vuurdoop kreeg, aan
de dorstmarschen in Frankrijk,aan de modder en het stof van Rusland. Hij denkt
aan de ijselijke winden en de sneeuwstormen van de Kirgiezische steppen.
Thuis!
Zijn dochter Gisella begroet hem.Eens een vurig Nazi jeugdleidster staat ook zij
er voor haar opvattingen te wijzigen.
Zoekend
naar zijn familie leest hij de straatborden
Voor
zijn oog ziet hij, pijnlijk scherp de overwinningen en nederlagen zich voltrekken.
Weer als zoo vaak beleeft hij huiverend de vele geleden pijnen, de angsten, de
eenzaamheid van de lange soldaten jaren. Hij ziet weer de vertrokken gezichten
van de duizenden dooden, die hij vallen zag en hielp begraven. Die hij vallen
zag niet voor een Groot-Duitschland, maar alleen voor chaos, ellende en armoede.
Klam van het zweet schrikt hij op uit den slaap, waarin hij akelig scherp de
gruwzame martelingen opnieuw beleeft, die vele van zijn mede soldaten krijgsgevangenen,
ja vrouwen en kinderen oplegden. Martelingen, die hij mogelijk maakte, door
eens de Partij zijn stem te geven. Hij; Heinrich Kaststner, en al die kleine;
onopvallende middelmatige zielen, die goed noch slecht te noemen zijn, maar
die door hun duivelsche leiders tot grauwe, gewillige handlangers, ja tot sadisten
werden. In die maanden komt hij dichter bij dat, wat de vrije volken al lang
weten en waardoor zij hunhandelingen laten leiden: dat met geweld niets te
winnen is, doch dat dit ten verderve voert. En als hij later uit krijgsgevangenschap
wordt ontslagen en hij den langen weg terug zelf de waarheid van zijn nieuwe,
met bloed en tranen verworven wijsheid kan constateeren, als hij langs de ruïnes
van het door hem aanbeden nazidom loopt en eindelijk thuis dan is hij klein en
murw en vervloekt hij zichzelf en zijn. vermaledijde soort, die door hun domheid
niet meteen het vooze en gemeene onderkenden in een systeem; dat een heele natie
naar den ondergang voerde om den eigen machtswellust te bevredigen. Dan ziet hij
wellicht, in, wat hij en de zijnen misdreven aan hun volk en de beschaafde
wereld, door dat systeem hun rug te bieden in plaats van te denken en te onderscheiden
en daaruit de kracht tot verweer te putten.. Als dit schuldgevoel wezenlijk ontwaakt
in Heinrich Kastner en al de genen die zijn als hij,dan is Duitschland nog niet
verloren, maar kan. het, ,na te hebben goed gemaakt wat het misdeed; toch
eens voor zijn millioenen tot een goed en gelukkig oord worden. Nu niet door geweld.
En verkrachting, maar door daden van liefde en recht!
Heinrich
Kastner schreit heete tranen. Zij kunnen voor de wereld van bettekenis zijn als
zij schuld betuigen.