
Er
wordt olie geboord in Nederland! Ik weet niet hoe het n gaat, maar ik heb werkelijk
eerst even aan het idee moeten wennen. Dat er olie komt uit den bodem van Sumatra
of Borneo, of Venezuela, is tot daar aan toe. Dat wisten we en we wisten ook,
datonze Bataafsche Petroleum Maatschappij een flink aantal Nederlanders naar die
contreien
pleegt te sturen, die dan de rest van hun leven "in de olie"
slijten en op een zeker moment bruinverbrand en als oudgasten terugkomen.
Maar
nu is er niets tropisch of buitenlandsch meer aan. Als u eens in de buurt van
Coevorden verzeild raakt, ziet ge daar, in Oud-Schoonebeek, de slanke boortorens
tegen dehooge Nederlandsche wolkenlucht afsteken en ge ruikt hier en daar het
aardgas,dat inhaerent is aan de oliewinning.. De boeren in den omtrek vinden het
al niets bijzonders meer en hun zonen zijn in veel gevallen B.P.M. employe's geworden,die
overdag bij de boringen werken en s'avonds in de Ambachtschool les krijgen in
de techniek van het vak en in Maleisch,het geen alweer een bewijs is,dat de B.P.M.een
breenden kijk op de zaken heeft.
De Gemeente Coevorden is hevig geïnteresseerd
in de ontwikkeling van de boringen en de maatschappij heeft niets dan lof voor
haar medewerking. Coevorden droomt er zonder twijfel van,nog eens een Nederlandsch
Ploesti te worden en het grappig is,dat de deskundige dat heelemaal niet uitgesloten
achten.
Want de olie,die hier 800a1000 meter onder den grond zit,is zeker
niet te versmaden. Het is puike stookolie,die zoo als ze uit de pijp komt ,gebruikt
kan worden en ook inderdaad linea recta naar groote oliestookinrichtingen toe
gaat.
Dat is eigenlijk zonde en jammer ,want er zouden nog heel wat kostbare
producten uit te halen zijn,als we hier te lande maar over raffinaderij beschikten.
Zoover is het echter nog niet,doch de toekomst laat de mogelijkheid daartoe zeker
open. Een eigenschap van de Nederlandsche olie is ,dat ze arm is aan lichte bestanddelen.
Het percentage benzine is bijvoorbeeld zoo gering,dat men dat rustig kan verwaarloozen.
Parrafine daar en tegen komt er in groote hoeveelheden in voor,en omdat het zoo
aan de buizen koekt en dun verstoppend werkt,bezorgt deze eigenaardigheid den
boormeesters veel last.
De voorgeschiedenis.
In 1937
is men in ons land begonnen met geologische enseismografische explortatie,die
aan het licht moest brengen,of er inderdaad olie onder de aardkortst te vinden
zou zijn.
Men zocht daartoe naar wat men het best ondergrondsche heuvels zou
kunnen noemen, die in praehistorische tijden ontstaan zijn door veranderingen
in de vaste aardkorst. Aan den top van deze heuvels in het inwendige der aarde
vindt men aardgas ,daaronder aardolie en daaronder water,welke volgorde eenvoudig
het gevolg is van ene verschil in soortelijk gewicht. De meest gangbare theorie
omtrent het ontstaan van aardolie is ,dat deze voorkomt uit organische overblijfselen
van praehistorische zeeën.
De seismoloog en neef van den geoloog kan
de aanwezigheid van ondergrondsche heuvels vast stellen met behulp van kunstmatig
opgewekte aardbevinkjes . Daartoe boort men een gat van tien a twintig meter diepte
en brengt daarin een kleine lading dynamiet tot ontsteking. Uit de aldus voort
gebrachte refractietrillingen kan de seismoloog zijn conclussie trekken.
Toen
men inderdaad de aanwezigheid van ondergrondsche heuvels onder ons land vermoedde,
is men met een lichte Conrad-boorinstallatie begonnen een exploratieboring te
verrichten, waarbij de geologen voortdurend de aan de oppervlakte
gebrachte
substantie onderzochten. Aan de hand van de resultaten werd een geologische.
overzichtskaart
vervaardigd, die later weer goede diensten heeft bewezen.
In 1942 begon men
in de omgeving van Coevorden een electrische boorinstallatie te exploreeren. In
den herfst van dat jaar boorde men gewestelijk van het stadje tot op een diepte
van 1200meter, doch het resultaat was schelpkalk. Zooals de menschen van de boringen
het plegen uit te drukken: "De put bfeef droog". Ten oosten van Coevorden
boekte men meer resultaat. Daar begon men op 24 November 1942 te boren en men
werkte -het was in
de Duitschen tijd - er vooral niet te hard.
Op 13April
1943 was men op een diepte van 1272 meter aangeland en de boormeester beschreef
als resultaat in zijn boekje: "Lias-Beta 'Portland , , hetgeen voor ons acabracadabra
is,maar intusschen kwam er olie uit de buis!
Het was wel niet veel -één
kubieke meter maar in elk geval genoeg om 200 meter
verder een nieuwe boortoren
neer te zetten en het daar eens te gaan probeeren.
| Een
boortoren met toebehoren |
| | |
| Deze
put moet geholpen worden,een speciale pomp haalt de olie omhoog | |
| | |
Beitels
banen den weg
Het is niet ieders werk om een buisleiding van 800 a1000 meter
rechtstandig de aarde in te drijven, zóó, dat er op een gegeven
moment olie naar de oppervlakte komt. Men heeft daartoe in de eersteplaats een
boortoren noodig van waaruit men de buizen recht naar beneden kan leiden. Zoo'n
boortoren is een soort meccanobouwsel, van ongeveer
veertig meter hoogte. Het
is Nederlandsch fabrikaat van de Vries Robbé, de firma die de reeds jaren
lang van dit soort materiaal voorziet. Natuurlijk bestaat een boorbuis uit losse
stukken, die steeds aan elkaar geschroefd worden. Voordat deze buizen in het inwendige
der aarde kunnen doordringen, moet er een gat gemaakt worden, Hiertoe heeft men
beitels,
die tot een draaiende beweging worden aangedreven. Nu is het gevaar
natuurlijk niet denkbeeldig, dat de zandlagen, die de beitel passeert het gat
onmiddellijk weer vullen. Men voorkomt dit, door in het gat een oplossing van
klei in water te gieten. De kleideeltjes zetten zich tegen den wand van het geboorde
gat af om te voorkomen aldus dat het instort.
Nadat de beitel zijn werk gedaan
heeft, volgen de buizen . Heeft men op een zeker moment
Gemerkt dat een oliehoudende
laag is aangeboord ,dat brengt men in die laag een zeefpijp aan,waar de olie in
kan stroomen.
Er zijn olievelden, waar de aardolie helder groen geel gekleurd
is en met groote kracht omhoog spuit, Coevordensche olie is zwarter , dan roet
en als zij al uit zichzelf naar boven ,
gebeurt dit in een klokkende, gestadig
vloeiende straal. De man van de boringen noemt zoo'n put die zichzelf helpt; ookal
waardeerend een "spuiter". Sommige putten moeten echter geholpen worden.
Dan brengt men in de pijp een zuiger met kleppen aan en pompt de olie omhoog
als met een doodgewone boerenpomp.
De Coevordensche olieputten "spuiters"
en"pompers" bij elkaar, doen het werkelijk niet
onverdienstelijk.
In Juli bijvoorbeeld bedroeg de maandproductie 1200 ton. Geen wonder
dat de
maatschappij met kracht"de verdere exploitatie en exploratie ter hand neemt.
"
| Dit
ziet men als men omhopog kijkt in een boortoren,die in bedrijf is. Rechts de haak,waaraan
de buizen worden neergelaten. |
| | |
| Aan
den voet van den toren bevindt zich het bassin,waarin de olie verzameld wordt.
de egale inktzwarte vloeistof weerspiegelt het stalen bouwsel. | |
| | |
| Een
spuiter .Regelmatig klokt de olie in het bassin. |
| | |
Groote
plannen ,
Wat zijn nu de consequenties'voor de.streek?
Och, de boeren vinden
het wel goed ,dat men olie uit hun grond haalt. ,Ze hadden het echter
nog beter
gevonden als er geen olie gevonden was. Veel profijt van hetgeen er onder hun
land zit, hebben ze niet, want.volgens de mijn-wet van 1810,die nog steeds van
kracht is ,impliceert het bezit van den bovengrond niet ,het eigendom van de bodemschatten.
De staat kan concessies tot exploitatie verleenen en het ziet er naar uit, dat
de B.P.M, wat betreft de aardolie inderdaad de concessie zal krijgen.
De boeren-eigenaars
verhuren of verkoopen den oppervlaktegrond, die noodig is om te
boren, en dat,
is altijd een terrein van 40 x60 meter per boortoren -aan de maatschappij .Deze
transacties hebben ,omdat de grond perceelen in het algemeen zeer smal zijn, nog
wel eens haken en oogen.
Van een oil-rush is dus in deze contreien geen sprake
geweest. Het is trouwen de vraag of
de Drentsche boer zich daardoor van z'n
stuk zou kunnen laten brengen. Niettemin zijn aan het feit ,dat er olie gevonden
wordt,zeker economische consequenties voor de streek verbonden.
I n de eerste
plaats zullen de wegen verbeterd moeten worden. Ook zal er zeer binnenkort
een
pijpleiding worden aangelegd, om de gewonnen olie gemakkelijk naar schepen in
het Stieltjeskanaal te voeren. Thans geschiedt dit nog door tankauto's.die af
en aan rijden.
Verder moeten er huizen komen voor de getrouwde employé's
en een jonggezellenhuis
voor de ongetrouwden, alsmede kantoren en een werkplaats.
Het
ziet er naar uit, dat het aspect van de zuid-oosthoek van Drente geheel en al
zal
gaan veranderen. Als de voorteekenen niet bedriegen, dan zal het. er over
een jaar of twee uitzien als een waar mastbosch van boor-torens met alles wat
daarbij behoort en dan zal. het personeel, dat nu ongeveer honderd man sterk is,
verveelvoudigd zijn. De Bataafsche Petroleum Maatschappij hecht groote waarde
aan dit Nederlandsche olieveld, omdat hier vele jonge Nederlanders zullen kunnen
worden opgeleid in een moeilijk, maar mooi vak, voordat zij elders in de wereld
Neerlands naam op dit gebied hoog zullen gaan houden.