De leek aan het woord,Ik vloog in een skymaster.


Op zekeren middag dwarrelde er een briefje in mijn bus,waarvan de belangrijkste zinsnede aldus luidde :U wordt uitgenoodigd morgen deel te nemen aan een rondvlucht per D.C.4 Skymaster.
En den volgenden morgen zag ik Schiphol onder mij het wegglijden. Ik vlóóg. Waarachtig.
Voor het eerst sedert de bevrijding. Dit. welke geen verkeerden indruk Vóór den oorlog reisde ik meer per trein dan per vliegtuig, evenals u vermoed ik.

Enfin we kwamen weer veilig en wel op Schiphol terug, zooals bij rondvluchten te doen gebruikelijk is, en dien avond kwam ik onzen luchtvaart redacteur tegen, die in 't Engelsch Hello zei.
Ik heb gevlogen,zei ik trotsch tot den man, die u en mij kan inwijden in de geheimen van startbanen, Glouchester-Meteors,fluid transmission en andere griezelige zaken. O ,zei jij . Het scheen niet den minsten indruk ophem te maken.
In een D.C.4 ging ik daarom voort. Skymaster, vulde hij lusteloos aan.
Juist ! zei ik .En ik ga er over schrijven . Ook!
Doe dat nou niet, vermaande hij, als je eens wist hoeveel bokken er met dien skymaster te
schieten zijn.
Ik legde hem uit, dat ik niet in de eerste plaats over het toestel wilde schrijven, maar over het vliegen.
Kolder zei hij, voor vliegen heb je een vliegtuig noodig. Daar gaat 't ten slot te om. Tachtig procent van de menscheid kent het vliegen uit ervaring.'t Is dat ik zoo weinig tijd heb,maar anders zou ik je wel het een en ander over de D.C.4 kunnen vertellen.
Moet je doen zei ik ! Zoo gauw mogelijk

Maar ik schrijf over mijn rondvlucht ….De leek aan 't woord" of. zoo, met véél "human , interest". Je kent dat wel."
Hij was niet. enthousiast. Hij is nooit enthousiast voor iets waar geen motor in zit. Maar hij is een hulpvaardig mensch. Kom maar een paar foto's bij me halen," zei hij, "dan kunnen de menschen ten minste zien waarover je 't hebt.
Okee,zei ik dankbaar.

Zoo, nu is dus de leek aan 't woord, die met een gezelschap andere leek en op een winterschen morgen op Schiphol liep te stampvoeten tusschen zilver glanzende luchtreuzen met Nederlandsche, Amerikaansche of Zweedsche kenteekenen.. Het was vervloekt koud, doch gelukkig wordt. het vliegveld aan de zijde van de Ringvaarrt afgesloten door een rijhuisjes, die eensgezind de functie van het in puin gegooide Stationsgebouw hebben overgenomen . Een van die huisjes is het restaurant, dat wil zeggen, voorde helft. Men heeft er middenin een stevig touw gespannen en nu heet de rechterkant van dat touw Waitingroom for passengers.
Er was koffie met suiker; doch zonder lepeltjes, wat irritant. kan zijn, en er waren broodjes leverworst, die in vlot tempo geconsumeerd werden door heeren in blauwe pakken met , platte petten en gouden streepjes op hun schouders; die elkaar sigaretten gaven, krek zooals dat altijd in de boeken van Viruly gebeurt.

Dit was de entourage van onzen vliegdag en het was allemaal machtig! interressant, maar wij konden het niet helpen dat onze blik steeds opnieuw door de beslagen ruitjes naar buiten dwaalde,waar de dehavillands,Douglassen en ander luchtgedierte stonden te kleumen.
"wij"bedoel ik het gezelschap hoofdstedelijke journalisten, die op uitnoodiging van hun gemeentelijk alter ego, Mr. P. J .Mijksenaar, en de K.L..M. de lucht in zouden gaan.
Ergens in een hoekje zat een vlotte heer in plus fours,die den indruk wou wekken dat hij er niet bij hoorde, hetgeen hemniet lukte, omdat te veel aanwezigen hem kenden als Evert van Dijk. Hij zou straks "ons"toestel besturen.
Eindelijk was het zoover dat we ons aan boord konden begeven. Het entree van de D.C.4 laat ik, om geen verkeerden indruk te wekken, zeggen: deze D.C.4 was merkwaardig weinig joyeus. Met een ladder, waarlangs een
touw met enkele knoopen. hing, klommen weer in, op dezelfde wijze als je in een ouderwetsch huis naar de vliering klimt.
Het interieur aan weerszijden fauteuils twee aan twee in crème en rood is lang niet zoo, luxueus als we dat voor den oorlog inde D.C.2 en D:C.3 gewend waren, maar het onderhavige toestel was nog een oorlogskind. De Amerikaansche oorlogskenteekenen stonden er nog op.
Het had heel wat voeten in aarde voor onze Douglas los was. Waaraan dat precies lag weet ik niet: waarschijnlijk stond het sein op onveilig. ?Maar op een goed moment was de kop toch in. den wind gedraaid en werd de aanloop over de startpaan genomen. Ik voor mij vind het stijgen en het dalen altijd de pakkendste momenten van een vliegtocht. Dat herinnerde ik me nog flauw, want het is zeven jaar geleden dat ik mijn bestaan voor 't laatst aan de K.L.M. toevertrouwde.


Onze Skymaster stoof destartbaan af zonder noemenswaardig gehots. Omdat-ie op den grond om zoo te zeggen altijd op z'n voorpooten staat,. Rees de staart niet, zooals dat bij andere vl1egtulgenwel gebeurt.
Even een indruk van ontzaglijke snelheid, als we taxien en dan. .. "Hij is los!" stel ik, samen met den man van het A.N.P. die voor me zit, vast.
Het snelheidsgevoel verdwijnt, we zien Schiphol onder ons wegzinken en wenschen in stilte, dat de ovale raampjes van de D.C.4, waarin bovendien nog een lucht roostert je is aangebracht, even groot zouden zijn als bij zijn jongere broers. Maar uitzicht hebben we in elk geval en terwijl we het land onder ons zien doorschuiven, vertellen we elkaar dat je nu
moet slikken om dat prikkerige gevoel op je trommelvliezen kwijt te raken. Ondanks de vier motoren, die ons trekken, kunnen we zonder stemverheffing met elkaar praten.
De tocht gaat naar de Wieringermeer, die aan't droogvallen is. We vliegen dus over Noord-Holland, Alles ziet er toch maar keurig uit,uit de lucht. En Wat een. water is er toch in ons land. Veel meer dan je zou vermoeden als je op den beganen grond rondwandelt. We "zitten" op twee a driehonderd meter en we zakken iets als we boven de Wieringermeer
zijn. Een deel er van is al droog en duidelijk zien we de ravage, die het water heeft aangericht.. Vele kapitale boerderijen zijn in puin gevallen. Van andere is alleen nog maar het dak over: de muren zijn in puin gevallen.

Slootdorp. ..Er zijn nog wat daken, doch hetmeerendeel is puinhoop.De kerktoren heeft het gehouden, doch de kerk ligt in elkaar. Het is leen troosteloos middelpunt van een troostelooze vlakte, die egaal grijsbruin gekleurd is.
Dood land. ..Het is moeilijk te realiseeren dat dat onze vruchtbare zelf gewonnen Wieringermeerpolder is. :
We draaien er een wijde bocht overheen en zijn dan alweer spoedig boven het land, dat gespaard is gebleven en waarin hier en daar kleine plaatsjes speelgoedachtig zijn neergezet.
Een trein kruipt door het landschap, onze aandacht trekkend door een witte rookpluim. Zonder dat hadden we hem zeker niet opgemerkt. En dan zijn we weer boven Schiphol, dat uit , de lucht gezien óók een troosteloozen indruk maakt, compleet met bomkraters, zooals we die van het filmjournaal kennen. Maar er wordt gewerkt. dat ziet men aller wege. De
menie-roode kool, die straks weer een hangar zal zijn, staat alweer overeind, de lichte plekken in de startbanen wijzen de gedichte bomkraters aan.
De aarde komt nu op ons toe; alles krijgt weer de normale proporties van elken dag. De remklappen aan de vleugels zakken,we taxiën en loopen uit. En dan staan we weer op het natte cement van Schiphol,ons schiphol,waar geschiedenis gemaakt werd en wordt.

 

Back Index