Cees Laseur en de zijnen zetten het nieuwe Tooneelseizoen
in met het derde stuk,waarmede Leonard Huizinga onze dramatische literatuur verijkt
heeft en er zullen wel lieden zijn ,die dit geschenk van den geestelijken vader
van Adriaan & Olivier maar heel matig kunnen waardeeren. Huizinga houdt er
-het is bekend -naast een zeer speciaal soort humor,ook een ietwat uitzonderlijke
moraal op na en het ligt voor de hand dat hij daarmee sommigen,op de kast jaagt,zooals
dat in modern Nederlandsch heet.
Cees
Laseur als ontdekkingsreiziger , die na tien jaar weer thuis is gekomen, Péronne.
Hosang als zijn vrouw en Nan van Kempen als hun dochter
Ik
vind het werkelijk niet zoo vreeslijk dat de vroolijke nonsens ,die Laseur met
Péronne Hosang ,Gijs Tersteeg en enkele jongeren oplepelt,evenzoovele zijsprongenvan
den geijkten weg van moraal en fatsoen beteekenen. De man die Blauwbaard niet
was ,zegt inderdaad ontzettende dingen,mar het is allemaal zoo achtergrondloos,dat
ik er werkelijk het gevaar niet van in kan zien. Daar komt nog bij dat Cees
Laseur in de titelrol de Péronne.Hosang en Gijsbert Tersteeg als zijn tegenspelers
zulk ontwapend en prettig spel laten zien,dat er geen enkele reden is venijn uit
het stuk te zuigen. Vermelding verdient ook Jan Teulings in een kleinere rol.
Jack Grimberg en Nan van Kempen vertegenwoordigen de jongere generatie;Zij hebben
het tegenover de geroutineerde Centraal -corypheeën niet gemakkelijk doch
vooral Jack Gimberg toont zich een zoon van zijn vader. Als u geest genoeg
hebt om ernst van luim te.kunnen onderscheiden, gaat u dan dit dwaze stuk gerust
zien. U zult er gezond bij kunnen lachen.
2
.De man die kwam dineeren.
Kon, Schouwburg, Den Haag
"Een
fantastische klucht", zoo betitelt het programma het stuk, waarvan het Residentietooneel
dezer dagen de première gaf. Fantasie kan men het inderdaad niet ontzeggen,
daarvoor stonden trouwens de namen van de makers :George S. Kaufman en Moss Hartborg.
Om de lachers op hun hand te krijgen, riepen deze' een heele reeks ,zotte personages
tot leven, van een voluit onmogelijke wereld beroemd criticus en radiospreker
tot een moordenares, die haar eigen moeder met een hakbijl enthousiast tot
onaanzijnlijke mootjes maakte. Ze laten kakkerlakken: pinguins, octopussen, gevangenisboeven
een rol spelen en een vrouw wegvoeren in een Egyptische mummie. Bondig verteld
is het verhaal als volgt: De beroemde man glijdt uit op den stoep van een hem
bewonderende familie in ,de provincie en beschadigt zijn heup, De familie vertroetelt
hem waar zij kan,zonder dat dit den hatelijken,nijdasserigen egoïst belet
haar in haar eigen huis te tyranniseeren. Er rijzen poblemen als zijn secretaresse,die
zich in de jaren onmiskenbaar heeft gemaakt,haar hart verliest aan een tweedehandsch
journalistje en hem trouwen wil,wat de groote man tervergeefs overigens,zoekt
te verhinderen. Het Residentietooneel,gaf in regie van Johan de Meester een
goede uitvoering van het middelmatige onwaarschijnlijke stuk.,dat door Bets Ranucci
-Beckman pittig werd vertaald. en Adolph Engers ,Enny Meunier en Lily Bouwmeester
deden met hun collega 's dapper hun best den maar sober aanwezigen humor naast
de vaker optredende stuitend-ruwe en platte pijn over het voetlicht te brengen.
Wat nog meer te zeggen van deze opvoering.Het publiek toonde zich tevreden en
het feit na jaren weer in de vertrouwde sfeer van de Koninklijke te zitten,vergeoedde
veel.
3.Pas op voor stille waters.
Stadschouwburg, Amsterdam
De toneelgroep
"Cornedia" heeft haar repertoire geopend met een hier te lande nog onbekend
stuk van den zeventiende-eeuwschen Spanjaard Calderon, die min of meer als de
opvolger, doch niet als de epigoon van Lopez de Vega beschouwd moetworden. Het
is een goede greep geweest, dit stuk in de uitstekende vertaling van Bernard Verhoeven
voor het voetlicht te brengen, want de hoofsche comedie van liefde en eer,
van étiquette en intrige, die zo kenmerkend is voor het Spanje van drie
eeuwen geleden,heeft,waar een talentvol auteur als Calderon haar het aanschijn
schonk,ook in deze dagen nog veel aantrekkelijks. En des te meer,nu de clou van
onze tooneeljongelingsschap er zich aan wijdt ,zooals bij" Pas op voor stille
waters" het geval is. Guus Hermus speelt Don Felix ,gastheer van zijn
beide vrienden Don Juan en Don Pedro(respectievelijk Ko van Dijk en Phons Rademakers)met
bijzondere flair en de tegenpool van deze drie edellieden., de onbehouden landjonker
Don Torido, wordt met boertigheid door Bob de Lange, die ,liet het in deze geaccentueerde
rol niet gemakkelijk heeft tooneele gezet. De vrouwelijke hoofdrollen worden
vertolkt door Mary Dresselhuys en Mimi Boesnach en het is merkwaardig, dat deze,
beide actrices hoewel dienstelijk spelend toch niet het esprit konden bereiken,
dat haar mannelijke comparanten, hiervóór genoemd ten toon spreidden. Cor
Hermus, die, zich als regisseur zorgvuldig van de sfeer van het gegeven hield
ongetwijfeld de juiste opvatting- legde zich als Don Alonso de vader van de vrouwelijke
hoofdrollen , misschien wat te veel beperking op . Rika Hopper is de huishoudster
Mari-Nuno en daarmede de klassieke Duenna in het stuk. Joan Remmelts leeft
zich als de vrijpostige knecht van Don Felix in zijn grappige rol ten volle uit
en viert bovendien triomphen als proloogzegger. Weer eens een speelstuk, waarvoor
het theater publiek dankbaar kan zijn. Goed verzorgd knap gespeeld.