Met hun zonnige gezichten behoren ze al eeuwenlang tot de favorieten
van de tuinders. De afgelopen jaren zijn er veel variaties in kleur
en hoogtes ontwikkeld. De kleuren variëren van geel en oranje naar
gemende kleuren. Daarnaast zijn er ook soorten ontwikkeld die weinig
of geen stuifmeel aanmaken, ideaal voor de snijbloemenbranche. Het grote
gezicht van de eenjarige reuze zonnebloem Helianthus annuus is de meest
bekende soort uit het Helianthus geslacht. Ooit was dit de bloem die
door hobbytuinders gekweekt werd voor wedstrijden, daarbij ging het
er om wie de hoogste zonnebloem had gekweekt.
Vroeger werd de zonnebloem gekweekt vanwege zijn medicinale en eetbare
waarde. Indianen in Noor Amerika pasten de plant op vele manieren toe.
De wortel werd gebruikt om wonden te helen. Zonnebloemzaden en bladen
werden ook gebruikt als kleurstof, in de VS zijn van dit gebruik bewijzen
gevonden die minstens 5000 jaar oud zijn. In het begin van de 16de eeuw
kwamen de veroveraars in Zuid -Amerika niet alleen met goud en zilver
terug, maar ook met zaden zaden, waaronder zaden van de zonnebloem.
De eerste zaden bereikten Europa in 1510 via de botanische tuinen van
Madrid. In 1568 werd de plant voor de eerste keer beschreven door de
Belgische plantkundige Rembert Dodoens: tegen het einde van de 16e eeuw
was de zonnebloem zo ingeburgerd, dat hij in de archieven in 1616 reeds
te boek staat als een gewone Engelse tuinplant. Hoewel de zonnebloem
al langer dan voedsel gebruikt werd in Noord en Zuid-Amerika, zou het
relatieflang duren voor dit in Europa
Het geval was. Vanuit Rusland verspreidde de faam van de zonnebloem
als voedselbron zich al snel. De reden: de plant stond niet op de lijst
met olierijke voedingsmiddelen, zoals boter, die tijdens de Vasten verboden
waren
voor leden van de Russische orthodoxe kerk. In de Nieuwe Wereld, waar
de bloem oorspronkelijk vandaan kwam, deden de kolonisten de Indianen
na en gebruikten de plant als voedsel en als medicijn.
Tussen 1870 en1880brachten Mennonieten de zaden, die zij kenden als
Marnmoth Russian, mee naar Canada. De kolonisten in Amerika geloofden
onder tussen die rond het huis geplante zonnebloemen bescherming boden
tegen de ziekte malaria. Misschien wel omdat de plant flink. Experimenten
in 1861 toonden aan, dat een zonnebloem elke twaalf uur in totaal bijna
één liter vocht verliest.
Snijbloem
Vandaag de dag worden zonnebloemzaden gekweekt voor de olie, als gezonde
snack of als vogelvoer. En de bloemen worden zeer gewaardeerd vanwege
hun sier waarde en omdat hij zo veel vogels en bijen aantrekt. De nieuwe
lagere en middelhoge soorten hebben van de zonnebloem een nog veel zijdiger
plant gemaakt die overal in de border en de moestuin voor een fel accent
zorgt. Zonnegeel is de voornaamste zonnebloemkleur, maar de nieuwere
kweekvormen zijn er ook in andere tinten: ltalian White met crème
kleurige bloemen brengt rust tussen felle kleuren in de border, Velvet
Queen en 'Prado Red' zorgen voor warme kleuren op kniehoogte en Pastiche
is met verschillende tinten rood, geel en lichtgeel ideaal als overgang
in de border.
Geen stuifmeel
Zonnebloemen zonder stuifmeel kwamen in 1988 naar Noord-Amerika. De
Japanse zaadveredelaar Sakata Seed Corporation ontwikkelde deze speciaal
voor bloemschikkers. Stuifmeel van zonnebloemen geeft namelijk lelijke
vlekken op andere bloembladen, op kleding. Deze stuifmeelvlekken zijn
moeilijk te verwijderen. De nieuwe, stuifmeelloze soorten meestal lager
en daardoor ook meer geschikt voor bloemstukken. Ze zijn veelal ontstaan
uit kruisingen van Helianthus annuus met de lage eenjarige H.debilis,
en andere kruisingen.
Voorbeelden van stuifmeelloze hybriden zijn Big Smile, Sunspot, Music
Box, Sungold,Full Sun, Sonja en Tango.Wie toch zaden van deze hybriden
wil hebben, kan deze soorten planten tussen andere zonnebloemen, die
wel stuifmeel produceren. Het zo verkregen zaad is uiteraard niet kleurvast,
maar dat kan wel de meest verrassende resultaten opleveren.
Olie uit zaden
In vele landen wordt uit de zaden van zonnebloemen olie gewonnen. Argentinië,
Rusland en de Oekraïne leveren samen maar liefst 50 procent van
de wereldproductie. Daarnaast komt er ook zonnebloemolie uit de Verenigde
Staten, Frankrijk, Roemenië en Hongarije. Deze oliebehoort tot
de belangrijkste
Eetbare oliën uitzaden. De bekende reuzen kweekvormen, zoals Mammoth
en
Giant zijn het meest geschikt om zaden van te oogsten die voor consumptie
geroosterd of gebakken kunnen worden. Vogels in de tuin eten hier graag
van, maar geef hun wel de rauwe zaden. Leg de uitgebloeide bloem gewoon
op de voedertafel in de herfst.