Geschiedenis van koffie en thee


In West-Europa is het drinken van koffie en thee een normale zaak.
Enkele eeuwen geleden golden koffie en thee echter als exotische,
Oosterse dranken. Opmerkelijk is wel dat ze eerst niet als een lekkernij,
maar als medicijn werden aangeprezen.

De vroege geschiedenis van het koffiedrinken is er één van mysteries en intriges. De oorsprong van de te koffie, met name van de gebrande koffieboon, ligt in het Midden-Oosten, om precies te zijn in Jemen. De in de 14de en 15de eeuw bloeiende stad Moccha, de naamgever van mokka, was de vestigingsplaats van islamitische monniken.
Zij voerden op hun bedevaarten de gebrande koffie mee naar het heilige Mekka. Het koffiedrinken werd onderdeel van de religieuze beleving, zodat het zich verspreidde over alle islamitische landen. In geschriften werd aan Mohammed na het drinken van koffie zelfs wonderbaarlijke krachten toegekend.
Met een fors aantal koppen koffie achter de kiezen zou de profeet, na het overmeesteren van veertig ruiters, nog m staat zijn geweest veertig vrouwen te plezieren.
Als één van de grootste islamitische rijken was vooral Turkije in de 16de eeuw een belangrijke koffieverbruiker. In die eeuw telde de stad Constantinopel al duizenden kleine koffiehuizen.

Medicinale drank
De zeevarende naties van Europa, de Engelsen, Spanjaarden, Portugezen en natuurlijk de Nederlanders, maakten aan het begin van de 17de eeuw als eersten kennis met het drinken van koffie.
In Arabische havensteden zagen ze in de koffiehuizen het drinken van een bitter drankje. Als curiositeit brachten de zeelieden kleine hoeveelheden gebrande koffiebonen mee naar Europa.
Daar werd de koffie als curiositeit voor hoge prijzen aan rijke lieden verkocht.
Ook de Hollanders vervoerden de koffie als een bijzonder specerij. Na de eerste kennismaking werd de koffie in de 17 de eeuw nog voornamelijk verkocht als een medicinale drank.
Koffie zou helpen tegen jicht en hoofdpijn, maar ook tegen vermoeidheid en ouderdom. De Nederlanders zagen in de handel van het nieuwe, exclusieve medicijn een aardige winst in het verschiet.
De artsen van de Vereenigde Oost-Indische   Compagnie, die de koffie uit het Oosten haalde, waren dan ook niet te beroerd om in woord en geschrift de koffie als medicijn voor te schrijven.
Een beroemd arts was Cornelis Bontekoe uit Haarlem die zijn adellijke) patiënten tot wel vijftig koppen per dag liet drinken.

Koffiehuizen
Ten tijde van de eerste koffie-import was Turkije het machtigste tijk in het Midden-Oosten. Via de Turken zouden langzamerhand alle Europesemlanden met de koffie in aanraking komen. Het meest tot de verbeelding spreekt wel de introductie van het koffiedrinken in Wenen.
In 1683 stonden oorslogs zuchtige Turkse troepen voor Wenen. Niets leek de val van de stad te kunnen verhoeden. De van geboorte Poolse koopmanm Kolschitzky gaf zich op als vrijwillige spion om de zwakke plekken in de Turkse gelederen te ontdekken.
Getooid met een zwarte haardos en valse snor liep hij door de vijandelijke linies en zag de soldaten in het Turkse kamp 's middags enkele uren opgaan in hun dagelijkse koffie-uurtje. Hij voorspelde zijn keizer de overwinning als de
Habsburgse troepen aan zouden vallen tijdens het Turkse koffie-uur. Keizer en bevolking waren sceptisch over deze tactiek maar, toen de Turken na drie dagen inderdaad werden verslagen, werd Kolschitzky op slag een beroemdheid.
De Poolse koopman wist met zijn pas verworven kennis van de Turkse gewoonten direct munt te slaan uit zijn nieuwe heldenrol. De Turken waren nauwelijks vertrokken of hij opende met behulp van enkele achtergelaten zakken koffiebonen een koffiehuis in de stad. De Weense bevolking vierde de aftocht van de vijand met diens eigen drank, de koffie. Vanaf toen zijn de koffiehuizen en de zoete koffie niet meer weg geweest uit het Weense openbare leven.

Turkomanie
De veldslag betekende meer dan de redding van Wenen. Niet zonder reden had de vrees bestaan dat wanneer de Habsburgse hoofdstad nu vallen, heel West-Europa door de Turken onder de voet zou worden gelopen. De gelukkig afgelopen veldslag ontketende een ware Turkomanie in heel Europa. Onder de adel werden bals georganiseerd waar de feestvierders in Oosterse dracht waren gehuld.
In deze periode werd het koffiedrinken ook populair onder brede lagen van de bevolking. Koffie gold niet langer als een medicijn maar werd, metmmelk en suiker, ook als lekkernij beschouwd.
In de loop van de 17 de eeuw ontstonden de eerste koffiehuizen. De eerste waren nog donkere ruimten, waar wel sterke drank als Turkse koffie werd geschonken. Na 1700 ontstonden de grote koffiehuizen voor de elite waar, naast koffie ook ijs, gebak en chocolade werd geserveerd. Deze chique etablissementen ontwikkelden zich soms tot
ontmoetingsplaatsen voor schrijvers, acteurs en politici. Voor sommige culturele kringen betekende dit het ontstaan van artistieke sociëteiten en genootschappen. Uit die tijd stammen bijvoorbeeld de nog steeds bestaande koffiehuizen Procope in Parijs, Caffe Grecco in Rome en Florian in Venetië.
Om de mystieke, Arabische herkomst te benadrukken, werd koffie vaak in een Oosterse omgeving gedronken. Koffiehuizen waren bijvoorbeeld gedecoreerd als een Turkse tent en hadden namen als Achmed en Suleyman.


De koffiekannen uit die periode zijn vaak direct afgeleid van Oosterse schenkkannen. De belangrijkste kenmerken van de koffiekan zijn een hoge, slanke vorm en een hoog aangezette tuit om weinig mogelijk koffiegruis mee te schenken.
De koffie werd in principe gekookt. Water met gemalen of gestampte koffie werd aan de kook gebracht en daarna in een kan geschonken.
Wat later, vanaf ongeveer 1700, kwam de kraantjeskan in de mode. De kraantjeskan is een vaak conische kan op drie pootjes met één of soms enkele kranen waaruit de koffie getapt kan worden.

Koffie in Nederland
Al gauw hadden de Hollandse kooplui door dat het meeste profijt uit de handel in koffie te halen was, als het hele traject van plant tot kop in Hollandse handen zou zijn. Op sluwe wijze werden, kort voor 1700, enkele koffieplanten uit
Jemen gesmokkeld. Er werden plantages op Java, behorend tot de Nederlandse koloniën, ingericht.
Na verloop van tijd gold de Javaanse koffie als een bijzonder lekkere en pittige koffiesoort.
In navolging van buitenlandse voorbeelden werden in Nederland koffiehuizen opgericht. Ook in ons land was sprake van een min of meer cultureel karakter van sommige chique, openbare huizen.
Een goed voorbeeld is het Haagse Koffiehuis aan het Korte Voorhout te Den Haag, waar de schrijver Justus van Effen in 1717 bij de oprichting betrokken was.


Zo handig als de Hollanders hun eigen plantages in de Oost begonnen waren, zo snel verloren zij hun monopoliepositie in de koffiehandel weer.
Ter curiositeit was een levende koffieplant naar Amsterdam gehaald. Daar werd het boompje in de Hortus geplant en kon het door iedereen bekeken worden. De plant groeide voorspoedig en er al snel werden scheutjes uitgeplant. Ter meerdere eer en glorie van zichzelf schonken roekeloze Amsterdammers enkele van de zaden aan de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV Deze greep zijn kan en begon meteen eigen koffieplantages in de Franse koloniën Martinique en Guyana in  Midden-Amerika. Van daaruit verspreidde zich de koffieplant over het gehele continent, waardoor
uiteindelijk Brazilië kon uitgroeien tot 's werelds grootste koffieproducent.

Koffie in Engeland
De Engelsen waren al vroeg, omstreeks 1630, met  de koffie in contact gekomen. De drank werd er snel populair. Zo telde Londen omstreeks 1670 veel openbare koffiehuizen. In Engeland, maar ook in Frankrijk en Nederland zagen sommige gezagsdragers toen nog een dreiging van het koffiegebruik uitgaan. De opwekkende werking zou aanleiding kunnen geven tot verhitte discussies in de luxe koffiehuizen en op die manier een gevaar vormen voor de politieke en maatschappelijke rust.
Of koffiehuizen het ontstaan van het Britse politieke stelsel hebben bewerkstelligd, wals sommigen beweren, kan moeilijk bewezen worden. Feit is dat in verschillende koffiehuizen het politieke en zakelijke leven bloeiden. In Nederland is bekend dat de handel in Actiën, de eerste vorm van speculatie en aandelenhandel, vooral plaatsvond in de Amsterdamse koffiehuizen. Het bekendste Engelse voorbeeld is wel het café Lloyd's, waar op een gegeven moment zoveel zaken werden afgesloten, dat de eigenaar besloot zijn tapperij op te doeken en .
zich volledig op het verzekerings en handelswezen te richten. Lloyds is nog steeds ' s wereld grootste verzekeraar.

Thee
Omstreeks 1730 nam in Engeland de populariteit van koffie snel af. De reden hiervoor was simpel.
Zoals Nederland door zijn koloniale banden met Indië met koffie vertrouwd was geraakt, zo gebeurde hetzelfde in Engeland met thee, dat betrokken werd uit India en Ceylon. Door de enorme omvang van de import werd het tevens een goedkoop product en kon het zodoende uitgroeien tot een volksdrank.
De introductie van het theedrinken aan het begin van de 17 de eeuw kwam overeen met die van koffie. Net als bij de koffie was het vooral de modieuze, rijke elite die de nieuwigheid voor het eerst probeerde. Nederlanders zagen, op hun reizen naar de Oost, eerst in Japan en later ook in China dat het drinken van groen-bruin water een belangrijke rol in het leven van de bewoners van die landen speelde. De monstertjes thee die de VOC- schepen mee naar Holland namen, betroffen Japanse poederthee, die nog gedurende tientallen jaren een exclusiviteit bleef. Toen de schepen later bij wijze van ruimvulling enkele grote balen thee meebrachten, bleek het spul bij veiling in Nederland erg gewild te zijn en dus een enorme prijs op te leveren.

 


Voor de VOC was daarmee een nieuwe markt aangeboord en thee werd een regulier handelsgoed.
Na verschillende pogingen bleek het bijna onmogelijk om op grote schaal en rechtstreeks zaken te doen met Japan en vooral China. De VOC besloot daarop om samen te werken met lokale Chinese handelaren en Batavia, de belangrijkste havenstad van de Nederlandse kolonie Indië, als stapelplaats uit voor de te verhandelen grondstoffen en goederen als thee, koffie en porseleinen serviezen te laten in functioneren.

Thee in huis
Net als koffie werd ook thee aanvankelijk als medicinale drank aangeprezen. De werking van thee zag men niet wals koffie als versterkend en opwekkend, maar juist als rustgevend. Het is vooral hieraan te wijten dat het drinken van koffie en het bezoek aan de koffiehuizen lange tijd aan mannen voorbehouden was. Thee gold als een vrouwendrank en werd veel minder buitenshuis gedronken. Er bestonden wel enkele theekoepels die voor het gegoede publiek toegankelijk waren.
Soms waren deze theekoepels in een toepasselijke Chinese stijl gedecoreerd. Bij voorkeur dronk de aanzienlijke stand zijn thee echter in een bij het huis ingericht theesalet en in intieme kring.
Door het gebruik binnenshuis en het lange tijd  exclusieve karakter van thee, is zeker tot 1850 een  grote variëteit aan verschillende accessoires voor  het thee. drinken ontwikkeld.
In de 17 de eeuw was het drinken van thee slechts aan de allerrijksten voorbehouden. Vanaf ongeveer 1670 vinden we specifieke toebehoren als trekpotjes en waterketels.

 


De theebereiding geschiedde vanaf toen tot in de 18de eeuw als volgt: in een grote koperen ketel ofwel bouilloire werd kokend water gegoten. Deze ketel vond een plaats op een brander in de kamer.
De rijkere exemplaren waren wat kleiner, vervaardigd van zilver en (beter zichtbaar) op een kleine tafel geplaatst. In een zilveren trekpotje strooide men een theemengsel en werd kokend water gegoten. De theebus vormde onderdeel van het thee zetten en stond op een blad of op tafel. De rijkste families bezaten gecombineerde theebussen in een
kistje, waaruit naar eigen smaak thee samengesteld kon worden. Een veel voorkomend exotisch ingrediënt was bijvoorbeeld saffraan. Na het opschenken trok de thee een flinke tijd, waarna een bodem van het sterke vocht in gereedstaande koppen werd gegoten. Dit beetje thee werd aangevuld met heet water uit de ketel. Vaak werd de thee gezoet met kandij of suiker. Voor het drinken van een tweede kopje werden de in het kopje achtergebleven theeblaadjes in een spoelkom met wat water weggespoeld.

Verandering en verbetering
Pas vanaf circa 1730 veranderde de uitmonstering van het servies en de verdere toebehoren enigszins.
Serviezen voor thee en koffie waren in de 17 de eeuw samengesteld uit losse onderdelen, bijvoorbeeld een zilveren trekpotje, een koperen bouilloire, Chinese porseleinen kopjes en een zilveren of porseleinen spoelkom. Gedurende de 18de eeuw begonnen de serviezen steeds meer eenheid te tonen. In de 18de eeuw zien we de eerste serviezen van, Europees porselein met overeenkomstige decoraties van bijvoorbeeld stadsgezichten of veldbloemen. In de loop van de 19de eeuw voerde men het servies steeds vaker geheel in zilver uit, waarbij porseleinen kopjes werden gebruikt.
In plaats van de ketel op een brander kwam, in de loop van de 18de eeuw, de theestoof of thee emmer in gebruik. De stoven en emmers werden door meubelmakers vervaardigd en dienden om de brander af te schermen en plaats te bieden aan de ketel. Nog tot het einde van de 19de eeuw werd vastgehouden aan het gebruik van sterk thee extract, aangevuld met heet water uit een kan of ketel.


Na 1850 zien we langzaam steeds meer het gebruik van een grote theepot, waarin direct de thee werd gezet. Met het populair worden van deze theepot verschenen ook de nu nog bekende accessoires zoals theelichtjes en theemutsen. Vanaf toen ontstond ook overeenstemming waaraan goede koffie en thee moesten voldoen. Naast warm en smakelijk gold, veel meer dan vroeger, dat koffie en thee ook vers moesten zijn. Voor dat doel werden verschillende handige accessoires en apparaten ontwikkeld. Voor het zetten van thee bleven serviezenfabrikanten op wek naar simpele manieren om de theeblaadjes op tijd te scheiden van de gezette thee.
Koffiebranders gaven adviezen over de temperatuur van de koffie en de wijze van koffiezetten.
Zo'n populaire manier werd omstreeks 1920 het koffie-perculator-systeem, waarin met behulp van kokend water automatisch koffie kon worden gezet.


Met de komst van de (elektrische) koffiezetapparaten bleek ook welke centrale plaats het drinken van koffie en thee in het dagelijkse leven inmiddels had ingenomen. De moderne machines doen uitstekend hun werk, maar komen niet tegemoet aan de huiselijke sfeer zoals die bijvoorbeeld in koffie en theereclames wordt opgeroepen. Het is niet voor
niets dat veel fabrikanten met behulp van allerhande cafétieres en 'tea for ones', geslaagde pogingen doen het koffie en theezetten weer in de huiskamer te laten plaatsvinden.

 

SchootmolenKoffiepot uit 1825Theebus

 

Index



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron:K&K