Vingerhoeden in opmars

Het verzamelen van vingerhoeden is zo'n rage geworden, dat de meeste vingerhoeden tegenwoordig hun oorspronkelijke doel voorbij schieten.
Ze worden niet meer gemaakt om vingers van naaisters voor prikken te behoeden. Hun bestemming is de antiekhandel en de curiosamarkt waar zij steeds meer vierkante meters beslaan. Sommige fabrikanten nemen niet eens meer de moeite om in de toppen van de hoedjes putjes te maken die het uitglijden van een naald moeten verhinderen.

Dat vingerhoeden een aantrekkelijk verzamelobject vormen, ligt eigenlijk voor de hand. Ze nemen weinig
plaats in, zien er vaak leuk uit, zijn (meestal) heel betaalbaar, en vertonen zich in een enorme variatie dat
iedereen er zijn smaak in terug kan vinden. En voor wie van cultuur en geschiedenis houdt, heeft elke oude
vingerhoed een verhaal te vertellen.

Zeilmakerij
De geschiedenis van de vingerhoed begon waarschijnlijk zo’n vijfduizend jaar geleden. Toen gingen de mensen
kleding van textiel en garen maken.
Voor die tijd gebruikten ze dieren huiden. Om de gewenste stukken daarvan met elkaar te verbinden
werden er met een scherp voorwerp gaten in geboord waar riemen door heen werden geduwd en getrokken.
Daar was geen bescherming van de handen voor nodig. Met de iintroductie van naald en draad veranderde dat.
De vroegste vingerhoeden waren waarschijnlijk van leer. Helaas is dat niet zo'n duurzaam materiaal en bewijzen voor die veronderstelling zijn er dan ook niet. Leer als handbescherming werd in ieder geval wel gebruikt toen de mens ging zeilen.
Bij het naaien van de zeilen gebruikten de zeelui een metalen plaatje met leer er overheen, zodat ze met de
handpalm de ruwe naalden zonder kwetsuren door het stugge canvas konden duwen.
De oudste vingerhoeden die bewaard zijn gebleven, stammen uit de Romeinse tijd. Ze zijn van brons en werden iets anders gebruikt dan tegenwoordig: de naald werd met de zijkant van de vingerhoed door de geduwd. Kleermakers doen dat nog en hun vingerhoeden zijn aan bovenkant dan ook nog open. In feite zijn dat dus geen hoedjes, de bronzen kwamen ongetwijfeld ijzeren vingerhoeden, maar daar is weinig van overgebleven. In de middeleeuwen werden de meeste
vingerhoeden van koper gemaakt en daarvan zijn er heel wat bewaard.
Vingerhoedmolen
De eerste Nederlandse fabrikant van vingerhoeden was een vrouw: Marichgen Petersdochter. Die kreeg
In 1628 van haar burgemeester toestemming om naast haar huis een water scheprad te maken, zodat
zij daar een vingerhoedmolen konden exploiteren. Zo ontstond een industrie die ruim 200 jaar stand zou
houden en alleen al tot 1700 drie miljoen koperen vingerhoeden op de markt bracht.
Het was overigens ook een Nederlander, John Lofting, die de vingerhoed in Engeland introduceerde.
Hij werkte eerst als mecanicien bij Van der Heijden, onze uitvinder van de brandspuit, maar hij emigreerde naar Engeland waar hij in 1695 te Islington een vingerhoeden fabriekje begon.
Pas in die rijke 17 de eeuw werden er ook zilveren exemplaren gemaakt en mee begon de glorietijd van de
vingerhoed. Steeds meer dames uit hogere standen begonnen zelf te naaien. Handwerken werd vrouwelijke
deugd en deftige tijdpassering.
De vingerhoeden hielden met die ontwikkeling gelijke tred. Ze raakten ook als cadeautjes in zwang bij geboorte, verloving en trouwerij.
In almaar grotere variatie. Ze werden gemaakt van zilver, been, tin, ivoor, goud en porselein, vaak met prachtige graveringen en beschilderingen en zelfs versierd met edelstenen.
Sommige kregen toevoegingen zoals lakstempels, magneetjes in de top en draadsnijdertjes aan de zijkant.
.
Versierde hoedjes
Geliefde verzamelobjecten zijn tegenwoordig de gelegenheidsvingerhoeden. Die werden gemaakt bij jubilea
van vorstenhuizen, wereldtentoonstellingen en ook oorlogen. Zo kregen mensen die in de Eerste Wereldoorlog hun zilveren vingerhoed afstonden voor de Duitse oorlogsinspanning in ruil daarvoor een ijzeren
vingerhoed met de tekst 'Gott mit uns'. In Frankrijk kon je na die oorlog vingerhoeden kopen met de tekst
'N'oublions jamais 1914' 'Laten we 1914 nooit vergeten.
Herdenkingsvingerhoeden zijn er altijd gebleven. Zo werden er in 1986 14-karaats gouden vingerhoeden met zeven diamantjes gemaakt ter gelegenheid van Amsterdam 400 jaar diamantstad'. En een nog recenter voorbeeld: er zijn vingerhoeden in de handel gebracht met een stukje van de Berlijnse Muur er op.
In de vorige eeuw kwamen de reclamevingerhoeden in zwang.
Hartstochtelijke collectioneurs vinden in dat soort objecten aanleiding om materiaal te verzamelen over de
firma's die deze vingerhoeden hebben uitgegeven. Een voorbeeld daarvan is Willy Swart-van Rietschote, een vooraanstaande Nederlandse verzamelaarster .
Zij heeft een collectie van zo'n 1600 stuks, publiceert veel op haar terrein en houdt lezingen tot in Amerika toe. Jaren geleden kocht zij een vingerhoed met de tekst 'Hovis Bread'. Toen zij daarna met haar man in Engeland over het kerkhof van Highgate wandelde, zag zij daar in de tekst op een grafsteen de woorden 'Hovis Bread'. Zij bleek voor het graf
te staan van Richard Smith die,blijkens de inscriptie op de steen, in 1887 de produkten van Hovis Bread
had gepatenteerd. Sindsdien verzamelt mevrouw Swart documentatie over de Hovis Broodfabrieken.
Zoveel hoedjes, zoveel prijzen.
Meesterteken
Wat voor de meeste verzamelaars geldt, gaat ook op voor vingerhoeden: de prijzen wisselen sterk. Bij het verschijnen van deze uitgave ben je voor een originele Romeinse bronzen vingerhoed zo'n f 500,- a f 600,- kwijt. Over een paar jaar kan dat meer of minder zijn, waarschijnlijk meer.
18de- En 19de-eeuwse koperen en stalen vingerhoeden zijn momenteel heel wat goedkoper. Die blijven onder de f 100,- De prijs van zilveren vingerhoeden uit die tijd is sterk afhankelijk van de vraag of ze kunnen worden gedateerd en of demaker kan worden achterhaald. Zo zal zo'n vingerhoed met alleen het stempel van een (Rijkskeurmerk)
zwaardje f 60,- a f 70,- opbrengen. Met meesterteken erin kost zo'n vingerhoed al gauw f 600,- a f 800,-.
Heel wat geld voor een vingerhoed, maar weinig in vergelijking met de echt zeldzame exemplaren. Enkele
jaren geleden ging bij het Londense veilinghuis Christie's een vingerhoed van Meissen porselein voor
f 50.000,- van de hand. |