De huisvrouw bestuurt van oudsher het huishouden.
Van de (hoedster van het Hollandsche huisgezin uit de 17de eeuw tot de (manager van het huishoudelijk bedrijf in onze tijd is er veel veranderd. |
 |
|
|
Al in klassieke, middeleeuwse en 17 de-eeuwse beschrijvingen van het reilen en zeilen van het huishouden wordt verslag gedaan over de twistpunten tussen man en vrouw. Veelal gaat het over de besteding van het geld, de ijver van de vrouw
of de desinteresse van de man voor huishoudelijke zaken. De traditionele plicht van de vrouw voor het besturen van het huishouden bracht met zich mee dat ze de gehele dag aan huis gebonden was.
In de 17de en 18de eeuw was het gebruikelijk dat de man zijn ambacht bij zijn woning uitvoerde.
Klompenmakers, smeden, bakkers, kortom de meeste ambachtslieden dreven thuis hun winkeltje of negotie en slechts de rijksten bezaten een comptoir (kantoor) van waaruit zij handel bedreven of hun zaak bestuurden. Maar hoewel dus de meeste mannen thuis werkten, had de vrouw de zeggenschap over de dagelijkse gang van zaken in huis.
Voor taken zoals wassen, strijken, schoonmaken en boodschappen doen hadden de rijkere gezinnen één of enkele hulpen. In de Noordelijke Nederlanden lag het aantal bedienden per gezin veel lager dan in de ons omringende landen. In feite namen de meeste gezinnen genoegen met één meid, die ook in huis woonde. Aanvullende hulp kwam op de wasdag van de wasvrouw, terwijl de rijkste gezinnen ook een kok of kokkin in dienst hadden. Typisch voorde Hollandse huisvrouw lijkt de grote verantwoordelijkheid die ze voor de reinheid van haar huis opvatte. Zelfs aanzienlijke burgers lieten de schoonmaak niet aan hun dienstmeid over, getuige de woorden van een schependochter:
Myn stoffer is myn swaerd myn bussem is myn wapen.
Ick kenne geene rust, ick weete van geen slaepen.
Ick denck aen geen salet, ick denck niet aen myn keel
Geen arbeyt my te swaet; geen zorge my te veel
Om alles gladdekens en sonder smet te maken
Ik wil nyet dat de maegd myn pronkstuck aan zal
raken,' Ick selve wrijf en boen, ick flodder en ick schrob,
Ick aes op 't kleinste stof, ik beef niet voor den tob
Gelyck de pronckmadam.
Die spreekwoordelijke Hollandse reinheid werd vooral door buitenlanders, op reis door ons land, opgetekend, waarbij meestal wel werd opgemerkt dat de aandacht die de vrouw aan haar huis besteedde, haar kleding moest ontberen.


De was
De vrouw des huizes bemoeide zich met het schoonhouden van het huis en alle zaken waarbij
de financiën in het geding waren, zoals boodschappen doen. Samen met het wassen en koken en niet te vergeten het opvoeden van de kinderen was het huishouden een volledige dagtaak. Als regel bestond in de Hollandse gezinnen dan ook een strak weekschema met vaste punten, zoals de maandagse schoonmaak, het wassen, bleken en strijken op
dinsdag en zo verder.
Het wassen was zonder twijfel de zwaarste taak van echter gewoon zelf voor een volledige gezinswas werd een complete dag uitgetrokken, die zo vroeg mogelijk diende te beginnen. 's Ochtends vroeg werd achter het huis in de waskeuken begonnen met het sorteren van de was. De verschillende wassen, meestal wit, bont en soms fijn, werden lauw-warm met zeep gewassen. Het witte linnengoed werd vervolgens schoon gekookt en alle wassen werden nagespoeld. Na het uitwringen, dat soms met z'n tweeën moest gebeuren, spreidde men het witte goed op de grasvelden om te bleken.

Die grasvelden lagen aan de rand van de steden, op er het platteland meestal bij boerderijen of huizen, en
hadden schoon water in de buurt. Meestal was dit slootwater dat met houten scheppen of gieters op het linnengoed werd gesprenkeld. Onder invloed van het zonlicht bleekte het natte wasgoed helemaal uit. Hoe vroeger 's ochtends met de was werd begonnen, hoe langer de was kon bleken en dus hoe I witter die kon worden. Als laatste werd het schone wasgoed droog gemangeld met de rol en mangelplank en sommig wasgoed werd gestreken voor het uiteindelijk in de linnenkast een plaats vond.


Vrouw en meid .
Zowel in gezin als in huishouden hadden de vrouw des huizes en haar meid een min of meer gelijkwaardige plaats. Natuurlijk had de vrouw zeggenschap over alle doen en laten, maar samen bespraken ze de lopende zaken, deden de schoonmaak en de boodschappen en voedden ze de kinderen op. De meid was in feite lid van het gezin en kreeg bijvoorbeeld tijdens het eten gewoon een plaats aan tafel.
Net als de was kreeg het schoonmaken van het huis een speciale weekdag en een strak schema toebedeeld. Eerst werden alle meubels afgeborsteld en met doeken afgedekt. Daarna volgde het vegen van de kamer, de meubels kwamen weer te voorschijn en alle houten onderdelen werden in de was gezet en opgepoetst. Uiteindelijk volgde het afnemen van stof op plinten en regels en het schoonspuiten van de ramen.
Het schoonhouden van de buitenboel- stoepen, trappen en ruiten werd in een aparte schoonmaakmiddag volbracht. Met het doven van de winterhaarden, aan het begin van de lente, zo rond 25 maart, begon ook de jaarlijkse grote
schoonmaak. Tapijten, gordijnen en kussens werden losgemaakt en kregen een extra wasbeurt.
Het schoonhouden van het huis werd als een belangrijke taak van de Hollandse vrouw gezien.
Buitenlandse chroniqueurs roemden in de 17de en 18de eeuw dan ook de reinheid van de Hollandse huizen en straten.
Zoals het schoonmaken van het huis was ook het doen van boodschappen (de gelduitgave van een gezin) een belangrijke taak van de huisvrouw, eventueel samen met de meid. In de 17 de en 18de eeuw bezorgden als regel slechts de melkboer en later ook de kolenboer hun waren aan huis. Voor alle andere voedsel moesten de stadse vrouwen meid naar de speciale markten: de groenmarkt voor groente en fruit, de riviervismarkt voor vis; de kaasmarkt voor kaas en de botermarkt voor boter. Slechts vlees
werd in een (van stadswege verplicht gestelde) vleeshal gekocht. Het aflopen van al die speciale markten slokte het grootste deel van de dag op.


Op het platteland, waar een groot gedeelte van de bevolking leefde, had de vrouw veel minder de gelegenheid de markten te bezoeken. In boerenemeenschappen was het dan ook veel gebruikelijker een groot gedeelte van het voedsel zelf te bereiden en te conserveren. Veel families slachtten bijvoorbeeld zeft bakten brood en verbouwden groente, hetgeen al met al zeker veel tijd kostte als boodschappen doen.

Hygiëne
In de 17 de en deels in de 18de eeuw bezaten relatief veel gezinnen een vaste meid. Haar plaats in het gezin zou aan het einde van de 18de eeuw belangrijk veranderen. Vooral de 19de eeuw kenmerkt zich door een hechter wordend gezinsleven, dat geen plaats meer bood aan de meid. Haar status verschoof van tijdelijk gezinslid naar dat van personeelslid, gesymboliseerd in de verplichting een uniform te dragen. In vele landen werd hierdoor het dienstbode-uniform van zwart jurkje, witte schort en geplooid kapje ('het symbool van onderdanigheid') ingevoerd en daarmee de meid gescheiden van het gezin.
Het is opvallend dat de 19de eeuw ook het tijdperk was van de vele technische vindingen, die soms ook daadwerkelijk een plaats op de markt veroverden. Bijvoorbeeld op het gebied van wassen toonde de 19de eeuw de invoering van het wasbord, de mechanische mangel en de soda, dat gebruikt werd om de was schoon te koken.
Na al verschillende keren eerder 'uitgevonden' te zijn, beleefde ook de mechanische wasmachine zijn doorbraak. Vooral de niet mechanische hulpmiddelen als de soda en het wasbord vonden op grote schaal ingang. Hun populariteit wordt wel verklaard uit een in de tweede helft van de 19de eeuw toenemend besef van hygiëne.
Die hygiënische golf werd ondersteund door medici en kwakzalvers, die soms de erbarmelijke leefomstandigheden van de werkende stand wensten te verbeteren, maar ook wel hun reinheidsmanie op geheel verkeerde gronden baseerden. Zo'n waandenkbeeld was het idee dat vele geestelijke en lichamelijke ziekten veroorzaakt werden door stank.
Dit had tot gevolg dat het schoonmaken van het huis niet zelden gepaard ging met het tegen elkaar openzetten van alle ramen en deuren. De winst van frisheid woog echter niet op tegen het ongezonde effect van kou. Het inzicht dat op deze manier onbedoeld ook de oorzaak van het werkelijke kwaad, in de vorm van bacteriën, weggenomen werd, kwam pas decennia later.


Huishoudscholen
Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw tekende zich langzaam een strijd voor waardering van de
positie van de vrouw af. Die eerste feministische golf hield zich onder meer bezig met de werkzaamheden van de huisvrouw, die kritisch onder de loep werden genomen en niet zelden als veel te zwaar en ongezond werden beoordeeld.
In die tijd ontstond de situatie dat de vrouw niet langer automatisch voorbestemd was slechts huisvrouw te blijven. De groeiende industrie en de opkomende kantoren en warenhuizen boden ook aan vrouwen mogelijkheden buitenshuis te kunnen werken. In feministische kringen werd dit zeker toegejuicht. Anderen zagen hierin een groot gevaar voor de traditionele verdeling van huishoudelijke taken. De angst leefde dat met de uithuizigheid van de jonge vrouwen straks niemand meer behoorlijk het huishouden kon doen. Om die reden (maar toch ook wel om de oude normen en waarden in stand te houden) werden op verschillende plaatsen in Nederland huishoudscholen opgericht.
Het doel daarvan was dat de meisjes op deze scholen alle huishoudelijke onderdelen als naaien, stoppen, wassen en strijken, koken, financiën en schoonmaken leerden en uiteindelijk in dienstverband of in het eigen huis konden toepassen.
Met de wording van de industriële samenleving, in Nederland aan het einde van de 19de eeuw, zou het huishouden echter sterk veranderen. Zowel de uitvoering van de huishoudelijke taken als de beschikbare producten {voedsel, brandstof, schoonmaakmiddelen en gereedschap) ondervonden de gevolgen van de snel veranderende samenleving en in massa geproduceerde nieuwe producten. Door het aanbod van aantrekkelijke, geregelde banen in het bedrijfsleven ontstond een tekort aan dienstboden dat nauwelijks opgevuld kon worden. Zo waren kort na de Eerste Wereldoorlog tienduizenden Duitse dienstboden in Nederland werkzaam.
Het grotendeels verdwijnen van de dienstbode tussen de twee Wereldoorlogen heeft zeker het gebruik van nieuwe huishoudelijke apparaten gestimuleerd zoals de elektrische stofzuiger en de brede acceptatie van nieuwe schoonmaakmiddelen als Persil zeeppoeder (vanaf 1907), Brillo schuursponzen (1913) en Dreft fijnwasmiddel (1937).
Van deze producten zouden uiteindelijk alle huisvrouwen kunnen profiteren. Sterker nog: ze konden alleen goedkoop gemaakt worden als ze in grote aantallen werden gekocht, hetgeen ook gebeurde.


Emancipatie
Het is opmerkelijk dat ondanks de schijnbare vergemakkelijking van huishoudelijke taken in werkelijkheid de laatste vijftig jaar nauwelijks arbeidsbesparing is geboekt.
De eerste feministische golf rond 1900 werd in de jaren twintig en dertig gevolgd door een vrouwenbeweging die zich specifiek concentreerde op de belangen van de huisvrouw. De Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen was zo'n belangengroepering, die zich voornamelijk richtte op de uitoefening van huishoudelijke taken. In die kringen ontwikkelden zich onder meer gedachten over arbeidsbesparing in de huishouding door middel van een rationele tijdsindeling en een efficiënt gebruik van middelen. De Vereniging beval van harte nieuwe elektrische apparaten aan, echter met de aantekening dat de eventueel uitgespaarde tijd aan het gezin besteed moest worden en bijvoorbeeld niet aan eigen ontwikkeling.
Bij deze schijnemancipatie, die geen acht sloeg op de ontplooiing van de huisvrouw, ontwikkelden zich strengere eisen wat de hygiëne van huis en kleding betrof Door moderne wasmiddelen, elektrische stofzuigers en boeners en vanaf de jaren vijftig wasmachines, konden huis en kleding nog meer dan voorheen blinkend schoon en kraakhelder gemaakt worden. In plaats van met de moderne middelen minder te hoeven wassen en boenen, ging de vrijgekomen tijd geheel op aan het nog vaker schoonmaken van huis en kleding zodat het totale tijdsbeslag even groot als voorheen bleef de roep dat ook de man zijn steentje aan het huishouden moest bijdragen klonk al aan het begin van deze eeuw maar tot in de jaren zeventig werd die nauwelijks serieus genomen. Pas de laatste jaren verdwijnt het gebruik dat een jongeman zijn vrouw een plezier denkt te doen met een stofzuiger
in cadeauverpakking.
Index
Bron:K&K