Troontjes op tafel

Veel verzamelaars worden gekweld door de wetenschap dat zij het oudste exemplaar nooit te pakken zullen krijgen. Maar verzamelaars van eierdopjes hebben van die frustratie geen last, omdat het oudste exemplaar niet bekend is.

In alle culturen, overal ter wereld en in alle tijden, heeft het ei een belangrijke plaats in het denken van de
mensen ingenomen. In vele scheppingsverhalen komt het kosmische ei voor, het ei waaruit niet alleen de
wereld maar het totale heelal zou zijn ontstaan.
Om maar één voorbeeld te geven:
Volgens de Kalevala, het oude Finse sagenboek, begon de kosmos toen de god van de lucht een gouden ei
deponeerde op de knie van een godin die in zee lag te slapen. Toen die godin even rilde, brak het ei. Het
bovenste deel van de eierschaal werd de hemel, de dooier werd de zon, het eiwit de maan en de scherfjes van de
schaal veranderden in de sterren.
Een wat meer bescheiden rol werd het ei toegedacht door oude volkerendie meenden dat niet de hele kosmos, maar wel de mensheid ooit uit een ei is gekropen. Bij hen leefde de opvatting dat de mensen oorspronkelijk niet waren verdeeld in mannen en vrouwen, maar dat mannelijk en vrouwelijk ooit één waren en de vorm hadden van een ei. Een dom
idee lijkt dat nu, maar zo'n vierhonderd jaar voor Christus was zelfs de grote Griekse wijsgeer. Plato (427? -347 voor Christus) niet afkerig van deze gedachte.
Dat het ei bij van beetje alle volkeren altijd het symbool van het leven is geweest en vaak nog is zal wel
niemand verwonderen.
Niets doet w sterk denken aan vruchtbaarheid, geboorte en wedergeboorte als juist het ei.

         

 

Aan eieren werden magische krachten toegekend. Het christendom heeft daar in Europa geen einde aan kunnen maken.
Zo hielden ook bruiden die hun huwelijk in de kerk lieten inzegenen, eeuwenlang vast aan de heidense gewoonte om in hun sluier een ei te verstoppen: dat zou ervoor zorgen, dat zij veel kinderen kregen.
Ook als voedsel stond het ei in hoog aanzien. En geen wonder. Het was gezond en goedkoop en de meeste
eieren kwamen precies in de tijd dat de mensen er dringend om verlegen zaten. Na de schrale wintertijd waren
eieren bijronder welkom voor het opdoen van nieuwe krachten.

         

 

Ereplaats op tafel
Eieren waren dus van oudsher heel bijzonder, maar ook weer zo gewoon,dat  het lang heeft geduurd voordat ze
het tafelservies een aparte plaats gingen innemen. Tot omstreeks de helft van de vorige eeuw werden
eieren op tafel in een schaal gelegd of werd een lepel gebruikt om ervoor te zorgen dat een ei niet aan het rollen
ging. Wijn, zout, kaneel, kruidnagels ze hadden allemaal passend vaatwerk, van glas, tin, porselein, zilver
zelfs goud. Alleen de eieren bleven ervan verstoken. Totdat iemand in de vorige eeuw op het idee kwam, het ei
aan tafel de plaats te geven die het belangrijk en zelfs magisch voedsel toekwam: op een troontje. Bij de
enorm uitgebreide serviezen van die tijd kwamen toen de eierdopjes.


Wie ze heeft uitgevonden weten wij helaas niet. Ook niet precies wanneer en waar de eerste troonbestijging
plaats vond. Vast staat wel, dat de vroegste dopjes onderdeel waren van grote serviezen en dat zij pas later
apart werden gemaakt. De laatste natuurlijk vooral voor mensen die geen complete serviezen konden
permitteren.
Het gaatje in de markt dat door de onbekende uitvinder was bloot gelegd, werd snel gevuld door de grote
te aardewerk en porseleinfabrieken.
In Frankrijk waren dat in de eerste plaats de bedrijven in Lilloges, in Duitsland breidde natuurlijk Meissen
zijn serviezen met de troontjes uit, in Engeland was het vooral Wedgwood en in Nederland bleef Regout niet lang achter.
De Fransen hielden het voor de losse eierdopjes in het algemeen bij het simpele wit en een strakke vormgeving. Veel verzamelaars vinden dat nu nog het mooist.

         

 

Eierstoofjes
De Engelsen gingen naar het andere uiterste. Zij lieten in China en Japan door plaatselijke decorateurs eierdopjes versieren en importeerden die bij honderdduizenden. Ook ontwierpen zij zelf eierdopjes in de vorm van
allerlei dieren. Die lieten zij vaak in het Verre Oosten 'blank' produceren, waarna de dopjes in Engeland zelf
werden beschilderd.
En de Engelsen zouden geen Britten zijn geweest als zij op het thema eierdopjes geen bijzondere variaties
hadden bedacht. Zo maakten zij tweezijdige eierdopjes: één kant voor een kippenei, de andere voor een kleiner ei, bijvoorbeeld van een kievit. Ook brachten zij warm waterstoven op de markt waarvan de bovenkant het plateau vormde voor een set eierdopjes, heel geschikt dus om in de traditionele kille Engelse huizen de eitjes warm te houden.


Een ander voorbeeld van Engelse inventiviteit was een porseleinen , plateautje met niet alleen eierdopjes,
maar ook een peper-en-zoutstel en een kleine toasthouder. En tenslotte was het natuurlijk een Engelsman die
het eierdopje uitvond met een oortje waaraan een lepeltje hing. Uiteraard bleef het maken van eierdopjes niet voorbehouden aan aardewerk  en porseleinfabrieken.
Het duurde niet lang of tinnegieters koperslagers en zilversmeden volgde het voorbeeld van de kip en pikten
een graantje mee. En zij niet alleen want er kwamen eierdopjes van welhaast alle denkbare houtsoorten en
metalen, maar ook van parelmoer, halfedelstenen, bakeliet, plastic, opaline en noem maar op. En dat alles
wel of niet voorzien van reclameteksten, landelijke tafereeltjes, minnend, paartjes, beroemde gebouwen, stadsgezichten, vignetten van hotels en schepen, portretten, vrolijke en vermanende teksten.
Al met al variatie genoeg voor de talrijke verzamelaars die rommel en verzamelmarkten afstropen om hun
collectie uit te breiden. De meesten kunnen een aardig tijdje bezig zijn voordat het echt moeilijk gaat worden om nieuwe aanwinsten te vinden en voordat zij toekomen aan de echt zeldzame exemplaren die een paar honderd gulden moeten kosten.


         

Index

 

Bron:K&K