Stront op straat

Stronttonnetjes Boldootkar

Ooit liep de stront letterlijk door de straten van onze grote steden. Via goten kwamen de menselijke behoeften in de
grachten terecht. Daarnaast waren er de eeuwenoude beerputten,waarin de uitwerpselen werden opgeslagen
om het (na een jaar of drie, vier) te kunnen verkopen aan boeren en tuinders als mest.
Het moet een enorme stank zijn geweest in de steden van vroeger, weet professor Harry Linten.
Hij deed onderzoek naar de geschiedenis van het Nederlandse toilet en de drinkwatervoorziening. Hij kwam tot de
ontdekking dat het niet zozeer een technische kwestie was , maar veel meer een mentaliteitskwestie.
Het heeft anderhalve eeuw geduurd voordat Nederland riolen en drinkwatervoorzieningen had. Terwijl de techniek er al veel eerder was.


In de zestiende eeuw maakte een kleinzoon van koningin Elizabeth een watercloset voor zijn puriteinse oma.
Het had gewoon geen prioriteit. Iedereen de stank en de viezigheid,maar er werd niet veel aan gedaan. Pas toen in 1832 de eerste cholera-uitbraak in Nederland vele tienduizenden slachtoffers maakten,gingen de ogen open voor betere hygiëne. Cholera was de eerste omvangrijke epidemie in Nederland na het verdwijnen van de pest in de 17de eeuw
Onder druk van een groep 'hygiënisten', oftewel artsen en natuurwetenschappers, juristen en andere medisch geïnteresseerden,werden halverwege de 19de eeuw vooral gemeentebesturen aangespoord tot betere voorzieningen.
Vanuit Den Haag werd op landelijke niveau weinig geregeld. Iedere stad moest het daar bepalen. Rotterdam en Utrecht liepen
voorop. In 1890 telde Rotterdam 15.000 spoeltoiletten, in 1920 maar 75.000
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stopte de havenstad met de inzameling van tonnen. En dat terwijl in 1950 nog hele wijken in Leeuwarden het met tonnen moest doen. Het wisseltonnensysteem was halverwege de 19de eeuw trouwens de eerste verbetering van de hygiene.

Zo werden de menselijke fecaliën tenminste de stad uit gebracht", legt Lintsen uit. "Maar ook met de komst van goed drinkwater zag je het aantal slachtoffers van cholera dalen.
Armen waren namelijk gewend om drinkwater uit de gracht te scheppen, dat ze nog wel 24 uur lieten bezinken, alvorens het te
drinken. Ze vergaten vaak om het te filteren. In de periode 1890-1940 werden alle Nederlandse steden van spoelriolen voorzien.
Dat had met name met het beschavingsoffensief te maken. Allerlei organisaties, zoals de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, waren mee bezig om lagere standen te verheffen en te beschaven.
Toen in de onmaatschappelijke wijken douches en toiletten werden aangelegd ,waren er speciale buurtcentra nodig waar
de mensen konden leren hoe ze die moesten gebruiken. Heel veel mensen zagen het nut niet in van goed
sanitair. Ze moesten daarvan worden overtuigd, zodat ze hun douche en wc niet gingen gebruiken als opslag of alsvarkensstal
aldus Lintsen. Veel mensen zijn gewend om het op straat te doen en om de billen met hun hand af te vegen ,hun linkerhand wel te verstaan. Men ervaart dat niet als vies of bedreigend. Daar moeten dus eerst hele bevolkingsgroepen van doordrongen raken.

Bron:Gelderlander


Ode aan de Pot

O edele pot, onmisbaar stuk in ’t huisraad,
wie weet er niet wat er zoal in jou omgaat.
Doch, waar gij komt of waar gij bent,
jouw intellect wordt vaak miskend.

Men lacht erom, men hecht aan jou geen waarde,
en toch, gij kent de hele ganse aarde.
Gij waart ons voor in krijgskunst en in listen,
explosies hebt gij meegemaakt voor wij van ’t buskruit wisten.

Het trommelvuur der mitrailleurs hebt gij reeds opgevangen,
toen wij nog pijl en boog aan ons lichaam hadden hangen.
Al voor dat de mensen gassen hadden uitgevonden,
wist jij reeds dat die al lang bestonden.

En dan, mijn pot, wat was er niet in jou verscholen??
van alles hebt gij meegemaakt, niets werd voor jou verholen.
Jij zag wat niemand zag, want armen en ook rijken,
lieten jou, o edele pot, hun achterdeel bekijken.

Je zag ze groot, je zag ze klein, van vorsten en vorstinnen,
je zag ze met een steenpuist, ja zelfs die van negerinnen.
Of jij zoiets nu zag, nog geheel of al verschrompeld,
je bleef steeds jezelf, nooit werd je overrompeld.

Maar ach helaas....van zwart en ook van blank,
kreeg jij letterlijk alleen maar stank voor dank.
Maar ga steeds voort en draag geduldig je lasten,
en val niet om als ze in ’t donker naar je tasten.

Ben je vol van ons of van onze gasten
wij zullen je zo vlug mogelijk daarvan ontlasten.
Want wij beloven je dat voortaan.
Helemaal niets meer lang in jou zal blijven staan.

 

 

Index

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron:K&K

Door: Ciny Peppelenbosch