De Wagenhof


Dit verhaal moet gaan over een museum maar dan een museum dat er nog niet is. Naar alle waarschijnlijkheid komt het er wel, en wanneer het zover is, dan komt het in Lunteren. De zaak is als volgt: Bij de heer en mevrouw Hermans te Lunteren heeft zich in de afgelopen 50 jaar geleidelijk een omvangrijke verzameling oude voertuigen opgehoopt. Op het ogenblik -en dat is echt een momentopname -staan er tussen de150 en 200 oude rijtuigen en bedrijfswagens, 40 stoommachines en nog een aantal arrensleden. Het echtpaar Hermans verklaart hieromtrent in alle oprechtheid: We zijn helemaal geen fanatieke verzamelaars het gaat eigenlijk vanzélf! Ja, wanneer de mensen weten dat je die dingen verzamelt, dan krijg je ze ook vaak aangeboden'.

 

Werkplaats
Dat opknappen gebeurt dan ook: in de werkplaats 'De Wagenhof' dicht bij het
huis dat de heer en mevrouw Hermans nu nog bewonen en bij het huis aan de Hessenweg dat ze aan het bouwen zijn en waar ze t.z.t. in zullen trekken. In een schuur aan de Veenstraat te Lunteren is het grootste deel van de verzameling ondergebracht. Tevens zijn hier de stallen voor de Friese paarden.


Museum
De grote wens van de heer en mevrouw Hermans is, dat hun collectie bij elkaar kan blijven en op den duur zal worden ondergebracht in een museum, dat dan eveneens De Wagenhof zal heten. Besprekingen met allerlei instanties zijn in volle
.gang en verlopen ook niet onbevredigend, maar het is soms moeilijk om de weg te vinden in de doolhof van ambtelijke bepalingen, hetgeen de heer Hermans de verzuchting ontlokt: ' Ambtelijke molens malen wel héél langzaam ' .Het zou trouwens, zo meent hij, niet verstandig zijn om de plannen teveel op eventueel nog te ontvangen subsidie te baseren. Lie-
.ver mikt hij op bezoek van groepen schoolkinderen en van reisgezelschappen met dat doel benadert hij dan ook busondernemingen en scholen en er bestaat van die kant grote belangstelling voor zijn collectie.

Verdere toekomstplannen: 'En als het museum er eenmaal is, dan moet er ook echt iets te dóen zijn. Je zou er wisselende exposities moeten inrichten zodat de mensen bij een tweede bezoek weer iets heel andérs te zien krijgen. En ze moeten
ook niet alleen maar de rijtuigen zien staan maar ook iemand bezig zien met,bijvoorbeeld, het leggen van een ijzeren band om een wagenwiel We hebben de complete inventaris van een smidse en van een wagenmakerij; die zouden we ook in het museum willen opstellen en daar moet je dan iemand aan het werk zien, zodat je een indruk krijgt van hoe de mensen vroeger leefden' .


Voddenwief
Mevrouw Hermans voelt zich, meer nog dan tot de fraaie koetsen, aangetrokken tot de bedrijfsvoertuigen van vroeger, zoals een bakkerswagen en een voddenkar: Ze staan zo dicht bij het werkelijke leven van alledag!Vandaar dat zij een keer als 'Lunters voddenwief' meereed in een folkloristische optocht.Eén van de ossenwagens heeft nog maar enkele weken geleden, bespannen met twee heuse ossen, dienst gedaan bij een filmopname voor het N.C.R.V

Brand
Een hoofdstuk apart vormen de brandweerwagens. Wie ze ziet staan, met hun felle kleuren en hun koperwerk, hoeft niet eens over een buitengewoon rijke fantasie te beschikken om zich voor te stellen hoe ze na het brandalarm uitreden, onder luid gebel, de wielen ratelend over het hobbelig plaveisel, en om de brandweermannen te zien zwoegen aan de pompen het was zulk zwaar werk dat ze na tien minuten moesten worden afgelost en recht hadden op een 'oorlam' om er, wanneer ze opnieuw aan de beurt waren, weer flink tegenaan te kunnen. De heer en mevrouw Hermans worden wel eens uitgenodigd om met één van de brandweerwagens een demonstratie te geven. Tevoren wordt al het koperwerk nog
eens blinkend gepoetst en op de grote dag komt de wagen bellend het terrein oprijden , getrokken door twee Friese paarden 't bemand met spuitgasten die zo authentiek mogelijk zijn uitgedost en gevolgd door nieuwsgierigen. Er wordt ook echt gespoten; alleen het oorlam blij t voor de goede orde achterwege. Het leven van alledag betrapt op heter daad, mag je in dit verband wel zeggen.

Brandspuit van het type' Jan van der Heyden'. Op de bok een authentieke brandweerhelm. Het wordt steeds moeilijker om mensen te vinden die voor de demonstraties met de brandspuit de oude helmen en eveneens bewaard gebleven laarzen kunnen dragen: we zijn groter dan onze voorouders waren, zelfs onze hoofden en voeten!

De brandslangen van de Jan van der Heyden moeten van voor 1850 dateren: in dat jaar
kwam het procédé van het rond weven in gebruik en deze slang is nog 'genageld'.
'Koperpoetsen vind ik helemaal niet erg',zegt mevrouw Hermans, 'maar om al die koperen nagels te poetsen, dat is echt een vervelend werkje

Ossenwagens
Het begon in elk geval met de liefhebberij in het mennen; niet als wedstrijdsport
maar als ontspanning. De eerste wagen een Tonneau waarvoor een Gelders vosje werd gespannen, kreeg al spoedig gezelschap van andere wagens en van lieverlede groeide die verzameling. Er zijn twee heeloude primitieve ossenkarren uit Galicië bij, die door restauratie alleen maar zouden worden bedorven en die puur als museumstukken belangwekkend zijn, terwijl de koetsen, stoommachines en brandweerwagens er gewoonweg om smeken, te worden opgeknapt en vervolgens weer eens te worden gebruikt.

De ossenwagen, voor de gelegenheid bespannen met echte ossen, tijdens een filmopname. De uitzending van het bewuste filmpje op televisie is gepland voor herfst 1987.

Back Index