Na
telling bleek dat het woord 'paard' zo'n 130 maal in de Bijbel voorkomt. Dat is
opvallend veel, vooral als je bedenkt dat men in de oudste bijbelse tijd bij het
volk van Israël het gebruik van paarden helemaal niet kende. Als er in de
eerste vijf boeken van het Oude Testament over paarden gesproken wordt, gaat het
om paarden die van de Egyptenaren zijn, of van andere buurvolken.
Pas nadat
Israël een koninkrijk was geworden begon het paard bij de bevolking in te
burgeren. Hoewel men in de tijd van de eerste koningen Saul en David het paard
bleef beschouwen als iets dat vreemd en goddeloos was. Een paard was in die tijd
voor de Joden een symbool van agressie. De Egyptenaren gebruikten met paarden
bespannen strijdwagens in hun oorlogen, en ook de Kanaanieten hadden paarden en
tweewielige wagens in het leger. Zo gauw de Israëlieten in een gevecht paarden
veroverden, sneden ze de pezen door zodat de dieren onbruikbaar werden. Ze namen
ze niet als krijgsbuit mee naar huis, want dat zou tegen Gods wil geweest
zijn (Jozua II :6 en 2 Samuel 8:4). Het was daarom een radicale breuk met
het verleden toen Davids zoon Absalom zich een wagen en paarden aanschafte, benevens
vijftig mannen die voor hem uit moesten lopen'. Dezelfde arrogante Absalom kwam
tragisch om het leven toen hij, rijdend op een muildier, aan een boom bleef hangen.
Het was de Israëlieten overigens, volgens de wetten van Mozes, verbodén
bastaards te fokken. Daarom werden enigszins muildieren uit het buitenland geïmporteerd.
Onder koning Salomo verdween het taboe op het gebruik van paarden. Salomo
bouwde het Israëlische leger vaan de grond af opnieuw op. De know-how op
het gebied van de strijdwagens en de ruiterij kwam uit Egypte. Ook werden veel
sterke en vurige paarden uit dat land gehaald. De dichter van het Hooglied vergeleek
zijn geliefde met een merrie voor Farao's wagen! Niet iedereen was zo ingenomen
met de nieuwe tendens. De oude profeten klagen er in hun geschriften veelvuldig
over dat de Egyptenaren mensen zijn en geen God, en dat hun paarden 'vlees zijn
en geen geest'. Zie o.a. Jesaja 31:1-3 en Ezechiël 17:15.
Ezel symbool
van vrede Het paard werd vroeger in Israël in vredestijd niet als
rijdier gebruikt. Zelfs nu in de twintigste eeuw, zijn de meeste Israëlieten
geen uitgesproken paardenliefhebbers. De hippische sport en de fokkerij komt in
het land der Joden slechts moeizaam op gang. Het dier dat wel een rol van grote
betekenis speelde (en speelt) in het dagelijks leven was de ezel. Zeer vaak wordt
de ezel in het Oude en Nieuwe Testament genoemd. Abraham bezat vele ezels, even
als Jacob". De rijke Job had zelfs 1000 ezelinnen. (Job 42: 12). Het gebruik
van ezels was in Israël zo gewoon, dat het in de Bijbel vaak niet eens met
name genoemd wordt. Op alle afbeeldingen die kunstenaars van de vlucht van Jozef,
Maria en het pasgeboren Christuskind naar Egypte gemaakt hebben, is een ezel te
zien. Toch staat er in het Mattheusevangelie niet meer dan dat Jozef in de nacht
het kind en zijn moeder nam uitweek naar Egypte'. Over een ezel wordt niet gerept,
maar we mogen rustig aannemen dat de timmerman Jozef er inderdaad een ezel als
vervoermiddel op nahield.
Sinds men in Salomo's tijd er toe over ging het
paard te gebruiken voor militaire doeleinden, was een ezelruiter synoniem aan
iemand met vreedzame bedoelingen.Dat de Verlosser zijn intocht in Jeruzalem op
een ezel hield, betekende dat hij als Vredevorst kwam. In schril contrast hiermee
staat de manier waarop Johannes in zijn apocalyptische visioenen ruiters ten tonele
voert.
In Openbaringen 6:2-8 opent het Lam Gods de eerste vier zegels van
het laatste oordeel en rijdende één na de ander vier ruiters uit.
Eén ruiter op een wit paard, gewapend met een boog, rijdt uit om te overwinnen.
De volgende ruiter heeft een groot zwaard en zit op een rood (rossig?) paard,
om vernietiging te brengen. De derde heeft een weegschaal bij zich en rijdt op
het zwarte paard van de honger .De laatste is de dood op een vaal paard.
In Openbaringen 19: ll en 14 voorspelt Johannes: 'En ik zag de hemel geopend en
zie, een wit paard en Hij (Christus), die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en
Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid (. ..) en de heerscharen
die in de hemel zijn volgen hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos
fijn linnen.
De intocht van Christus in Jeruzalem, rond 1310 geschilderd
door de Italiaanse Duiccio.
William Blake's dramatische uitbeelding van het Laatste Oordeel
(eind 18e eeuw).