Zo schafte Haarlem in 1907 een slangenwagen, geschikt voor paardentractie
aan, terwijl de spuiten nog altijd met mankracht ter plaatse gebracht werden.
Over een eigen paard beschikte de brandweer echter niet. Daarom sloot men met
een stalhouder een overeenkomst, waar bij deze zich bereid verklaarde te allen
tijde een koetsier met paard gereed te houden. Tot ongeveer 1925 heeft dat gerij
Jetje' genaamd (de naam van het eerste paard) dienst gedaan. Toen namen auto's
dit werk over. In andere steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kwamen
de paarden er eerst aan te pas toen daar stoomspuiten werden aangeschaft,die te
zwaar waren om mensen snel verplaatst te kunnen worden. Stoombrandspuiten deden
omstreeks het midden van de vorige eeuw hun intrede in Nederland,terwijl de motorspuit
omstreeks de eeuwwisseling hier voor het eerst in dienst moet zijn gesteld.
De komst van de motorspuit betekende trouwens ook alweer het einde van de stoombrandspuit.
Maar ook motorspuiten moesten verplaatst worden! En dat gebeurde ook met de
trekkracht van paarden, al waren de spuiten daar niet altijd op ingericht. De
eerste motorspuiten waren diesels. Pas in de 20er jaren kwamen benzinemotoren
in gebruik en die werden op vrachtauto's geplaatst, zodat de paarden overbodig
werden.
In de grote steden In Rotterdam kende men nog geen beroeps,
maar wel een heel befaamde vrijwillige brandweer. Uit de jaarverslagen kan worden
vastgesteld dat de eerste stoombrandspuit er vóór 1870 aangeschaft
moet zijn, want in 1872 werd de tweede stoomspuit in dienst genomen. Vermoedelijk
zal men voor die spuiten de paarden wel gehuurd hebben van particulieren. In 1891
telde men er drie stoomspuiten naast 29 handspuiten en in 1905 waren het er vijf.
Uitrukken Amsterdamse brandweer onmiddellijk na alarm einde 19de eeuw
In Den Haag beschikte men wel over paarden in eigen beheer. Het
verslag over 1900 noemt echter geen aantallen. In1902 had de gemeentelijke brandweer
een' vast corps' dat ondergebracht was in het Centraal (brandweer) Station'. Dat
groepje beroepsbrandweermensen beschikte over 3 éénpaards 4-wielige
slangenwagens, een éénpaards handspuit (op een wagen geplaatst),
2 tweepaards stoombrandspuiten, een éénpaards dienstrijtuig voor
vervoer van de commandant en een afrijbrik. Voor al dat gerij waren in totaal
slechts 4 paarden beschikbaar op dat 'station'. Elders in de gemeente was nog
een brandweerpost ge vestigt met een éénpaards slangenwagen en een
brandspuit op een door één paard te trekken wagen. Voor beide voertuigen
was maar één paard beschikbaar. Reservepaarden had men niet
en als de paarden niet ingezet konden worden, zoals dat in 1904 met 3 ván
de 4 paarden het geval was, dan leende men paarden van de gemeentelijke reinigingsdienst.
Overigens was het totaal aan voor de brandweer beschikbare paarden in dat jaar
op 6 gebracht.
In Amsterdam beschikte men in 1872 over 3 rijdende stoomspuiten
maar over paarden was in dat verslag niets te vinden. In 1874 kreeg de toen ingestelde
beroepsbrandweer de beschikking over 10 eigen paarden voor de3 stoomspuiten en
2 door paarden te trekken handspuiten. Voorts had men 2 personeelswagens geschikt
voor paardentractie. In 1901 kwam er de eerste bespannen mechanische ladder in
gebruik.
Aangespannen
(rijdende) handbrandspuit van het 'Corps des Sapeurs-Pompiers' te Mulhouse
(19de eeuw).
Elders In de 80er jaren
telde het Weense brandweercorps (dat ressorteerde onder de politie} 130 paarden.
. Een geheel andere ontwikkelingheeft het gebruik van paarden bij de brandbestrijding
in Frankrijk gehad. In de l8e eeuw kende men in Parijs waterwagencorporaties,
die voor het vervoer van bluswater van paardentrekkracht gebruik maakten. Later
kregen de brandweerlieden de bevoegdheid in geval van nood paarden van particulieren
te vorderen. Die bevoegdheid heeft men behouden tot 1870. De Franse speciaal
de Parijse brandweer was militair georganiseerd. In 1876 werden de eerste 3 stoomspuiten
in Parijs aangeschaft en tevens 12 paarden. Ook ,.mocht men nog, zo nodig,paarden
vorderen, maar dan van de omnibusmaatschappijen.
Tot
uitrukken gereed: manschappenwagenAmsterdamse brandweer omtrent de eeuwwisseling(hist.
topogr. atlas gemeente Amsterdam).
Een aardig
stukje brandweerhistorie las ik in een Engels blad. Er was sprake van een 'Pony
Fire Brigade' van een zekere mr. Barton uit Ierland, die in de 70er jaren van
de 19de eeuw bruine Andalusische Cliftonpony's erop nahield die speciaal waren
geoefend voor het trekken van de'Merryweather Squire' stoomspuit. Dat was een
bekend merk in die tijd dat ook wel in Parijs werd gebruikt. De machine werd trouwens
op het landgoed ook voor andere doeleinden gebruikt. Maar als er een brand bestreden
moest worden werden de pony's in fraaie rood lederen tuigen, gesierd met koperen
'beslag', gestoken. De bemanning van de spuit bestond uit huishoudelijk personeel
onder leiding van de butler. Op hun hoofd droegen zij de fraaie koperen dragonderhelmen.
Men had voor dit doel 5 pony's getraind om in draf de spuit te trekken en
geen angst te tonen voor rook en vlammen.
Nieuwe
brandweerkazerne toen de hoofd- stad beroepsbrandweer kreeg (einde 19de eeuw)
(hist, topogr, atlasgemeenteAmsterdam).
Altijd
paraat Stoomspuiten waren natuurlijk een hele verbetering maar dan moesten
ze wel altijd 'onder stoom' staan,onmiddellijk gereed zijn om water te geven bij
aankomst op de plaats van de brand. Maar om van dat nieuwe technische snufje te
kunnen profiteren was het eveneens nodig dat het inspannen van paarden zo weinig
mogelijk tijd in beslag nam. Iedereen die ervaring heeft met het rijden met aangespannen
paarden weet dat het inspannen veel tijd kost,zeker van een tweespan. Welnu, daarop
heeft men natuurlijk bij de brandweer een oplossing gevonden. Van mijn prille
jeugdjaren in Rotterdam herinner ik me nog vaag het uitrukken van die machtige
stoomspuiten, bespannen met woest galopperende paarden, gemend door baardige koetsiers
en een man die constant een bel luidde om het verkeer te waarschuwen. Uit
die jaren heb ik onthouden dat men mij vertelde dat de tuigen der brandweerpaarden
aan de zoldering van de kazerne, daar waar de spuiten stonden, met behulp van
touwen en katrollen waren opgehangen en in geval van alarm op de paardenruggen
neer gelaten konden worden. Met slechts enkele hand grepen waren de dieren dan
gereed om uit te rukken. Dit heb ik nergens bevestigd kunnen vinden. Maar er zal
heus wel eens over geschreven zijn, al was het alleen maar in erop betrekking
hebbende voor schriften. Ook zag ik in een Frans tijdschrift een foto uit 1907
waarop duidelijk afgebeeld stond hoe aan de zolder van een brandweerkazerne vóór
de opgestelde spuit de tuigen aan touwen hingen om nadat de paarden uit de pal
in de nabijheid gelegen stallen waren gehaald op deze neergelaten konden worden.
Plattegrond
van een Parijse brandweerpost omstreeks de eeuwwisseling, waarop men goed
kan zien waar de standplaats van de paarden was en hoe de voertuigen, waar-
voor zij gespannen werden, staan opgesteld. Men kan zien hoe de paarden bij
alarm naar de voertuigen geleid worden. Verklaring der letters: A = uitkijkpost
(plattegrond; B = remise waarin de voertuigen stuk voor stuk voor een deur
zijn opgesteld; C = slangenwagen; D = stoomspuit; E = ladderwagen; F = standplaatsen
der 6 paarden; G = fourage-bergplaatsen; H = trap naar de verdieping, waar
plaats is voor 12 manschappen; I = twee glijmasten om snel vanuit de verdieping
bij de paarden te kunnen zijn. Maximaal had men op deze wijze 53 seconden
nodig om ingespannen klaar te zijn om uit te rukken!