De glorietijd van de postkoets

De Postkoets
Het postwagenvervoer heeft een eigen geschiedenis. Deze begon al in Engeland rond 1840 toen daar de zogenaamde stage coach werd geïntroduceerd. Dat was een zwaar groot rijtuig, waarvan de paarden op elke pleisterplaats vervangen werden door andere paarden. Zo kon in betrekkelijk korte tijd lange afstanden worden afgelegd.In 1784 was een nieuw element aan het vervoer toegevoegd toen John Palmer mailcoaches invoerde om de post snel te kunnen vervoeren. Tot dat jaar werd het postvervoer door de bereden postiljons,maar dat ging minder snel. Het publiek gaf dan ook al snel de voorkeur aan het meegeven van brieven en pakjes met deze koetsen.

Een der voorpaarden van de Royal Mail is op een bevroren plas ten val gekomen en de quard schiet te hulp.

 

Palmer werd later postmeester -generaal en hij was het die letterlijk de revolutie in het openbaar verkeer teweeg bracht. In 1799 liepen er reeds 80 mailcoaches voorzien van een verend achterstel. De wagens waren behalve met de koetsier nog bemand met een gewapende guard,om niet alleen welgestelde lieden maar ook waardevolle zendingen tegenover overvallen van struikrovers te beschermen. In de koets konden vier personen plaats nemen en bovenop was er nog plaats voor drie.De paarden voor de mailcoaches werden uitgezocht op snelheid en uithoudingsvermogen,terwijl de post voorrang genoot boven al het andere verkeer. Enkele jaren later werd ook het voorstel van veren voorzien,waardoor het reizen weer wat aangenamer werd op de wegen die toen nog verre van ideaal waren. Dat men toen niet eerder tot vering van het voorstel was overgegaan was een gevolg van een standpunt van de directie dat op een ongeveerd voorstel de koetsier niet zo gemakkelijk in slaap zou vallen.

MacAdam
In 1835 konden door de ontdekking van de heer MacAdam ook de wegen aanzienlijk worden verbeterd,het geen het personenvervoer sterk bevorderde. Het aantal postkoetsen dat regelmatig gebruikt werd moet tussen de jaren 1835 en 1840 het grootst zijn geweest. Er waren toen niet minder dan 700 Royal mailcoaches op de weg naast de 3000 stage -coaches Alleen al 300 van zulke coaches passeerden dagelijks Hyde Park Corner , waaronder 40 koetsen voor Brighton en 84 voor Birmingham. Bij deze stage coaches moet men dan nog zeker 150 mail coaches tellen. Geen wonder dat er uit de postkoetsentijd nog heel wat verhalen bewaard zijn gebleven en die later nog wat extra werden aangedikt door Dickens Pickwick Papers. Coaching werd een begrip ,het omvatte alles wat met het rijden van enmet zulke voertuigen verband hield want het mennen van vier vurige en sterke paarden was geen kinderwerk. Temeer omdat het ook in Engeland niet altijd mooi weer was. Zeker tegen Kerstmis als er nogal eens sneeuw lag en dit verkeer door moest gaan. Ritten bij streng winterweer wanneer de wegen onbegaanbaar waren en menige wagen van de weg raakte door de dikke sneeuwstormen zijn lang in herinnering van menig reiziger gebleven.

Een der voorpaarden van de Royal Mail is op een bevroren plas ten val gekomen en de quard schiet te hulp.
Op een hellend weggedeelte wordt even halt gehouden om een reiziger op te nemen.


Restaureren
De meeste pleisterplaatsen waren herbergen en voorzien van ruime stallen en binnenplaatsen,de herberg gaf de reizigers de gelegenheid de stramme benen even te strekken en de inwendige mens te versterken. Men kon een compleet feestmaal bestellen met niertjes en eieren en spek. De mensen kregen maar 20 minuten voor de maaltijd,dus je kan wel voorstellen dat er veel er van bewaard bleef voor volgende gasten. Temeer omdat er zo zei men,koetsiers waren die zich door de kasteleins lieten omkopen en er een bijzonder snellopend horloge op na bleken te houden. Wanneer het tijd was om op te breken klonk het 'Time's up ladies and gentlemen' en dan spoedde men zich naar de
gereedstaande koets met verse paarden ervoor. Vooral de koetsiers van de Royal Mail hielden zich stipt aan de tijd. Het is bekend dat in veeldorpen de klokken gezet werden bij aankomst en vertrek van deze koetsen.

Een typische Engelse binnenplaats van een
pleisterplaats (herberg).

Oude prenten geven allerlei momenten van postkoetsreizen weer, maar vooral ook het oponthoud op de pleisterplaatsen. Daar verzamelden zich in de grote gelagkamer zowel de' coachmen' als de 'guards' en de reizigers, dikwijls van meerdere koetsen. In de winter brandde in de grote schouw een enorm houtvuur
en aan een ronde tafel werden maaltijden genuttigd. Koetsiers, die elkaar daar ontmoetten, vertelden de meest ongelofelijke avonturen. Soms kwam de barbier eens kijken of een reiziger misschien geschoren wilde worden. Sommige reizigers maakten hun toilet wat in orde, anderen ontdeden zich even van knellende laarzen en trokken zolang sloffen aan.

Industrie

'Coaching' was een 'industrie' geworden, waarbij 30.000 personen betrokken waren en. 150.000 paarden.De 'coachman' was vorige eeuw een populaire figuur en veler idool, vooral van de jongeren. Hij was een meester in zijn vak en de onbetwiste heerser op de bok en over de koets en haar inzittenden. Hij werd zowel door de reizigers als door de herbergiers te vriend gehouden. Hij beschikte over veel mensenkennis en had zo zijn eigen manier van spreken. Over de passagiers sprak hij als over zijn 'vee' .Hij droeg grote verantwoordelijkheid en vooral moest hij op tijd rijden, ook bij de slechtste weersomstandigheden.

Een reiskoets bij winterweer van de weg geraakt. Met een lantaarn wordt getracht de aandacht van de boerderij bewoners te trekken. Het rijtuig werd gereden a la Daumont (met een man op het bij de handse paard en dus zonder koetsier en een voorrijder.

 

Torn Chapman was in die dagen zo'n beroemde 'whip' .Talloze jongelieden moeten er alles voor gedaan hebben om maar op hem te gelijken. Een andere koetsier Harry Stevenson werd eens door Koning George IV uitgenodigd om op een receptie te verschijnen en jonge officieren van een feodaal huzarenregiment nodigden hem uit in hun 'mess'.
Coachman was een eerzaam beroep. Onder hen werden later zelfs verschillende adellijke lieden gevonden. Zij het meestal personen die hun fortuin erdoor gejaagd hadden. Maar het rijden van een vierspan vond men voor hen niet oneervol. Onder hen was Sir St. Vincent Cotton zeer bekend. Hij is jarenlang koetsier geweest op de' Age', terwijl de markies van Worcester de 'Beaufort' reed en the Honourable Fred Jeminghern op de bok zat van de 'Brighton Day-Mail'.

Back Index