Mandenvlechters,
nettenboeters, rietdekkers, wagenmakers.Een rijtje beroepen, dat nostalgische
herinneringen oproept aan een ambachtelijk verleden. Een verleden waarin het handwerk
door gildes beoefend werd, gildes die borg stonden voor kwaliteit en vakmanschap.
In Houten nu, blijkt dit verleden minder ver weg dan je zou denken. Op de Herenweg1
is de wagenmakerij van de gebroeders Verwey gevestigd. AI meer dan 200 jaar is
het een familiebedrijf, dat van vader op zoon overging. Jan Verwey is de wel
bespraakste van de twee broers. De zoon van zijn broer Marinus Verwey, Alex, is
als opvolger inmiddels ook al in de werkplaats te vinden. Een impressie van een
wagenmakers geslacht uit Houten.
Hobby
Wat
vroeger 't minst gemaakt werd, maken we nu het meest, zegt Jan Verwey.Hij doelt
op de meestal luxe rijtuigjes of concourswagens, die zijn klanten nu voor hun
hobby afnemen. 'Toen ik 50 jaar geleden het vak leerde, maakten we boerenwagens,
eggen, kruiwagens. Tegenwoordig is het praktisch alleen rijtuigjes wat de klok
slaat: het maken van nieuwe of het restaureren van oude. Van vader op zoon ging
de kennis van het wagenmakers vak over, al wordt er ook wel eens een boek geraadpleegd,
om bij restauratie een rijtuig zo authentiek mogelijk te kunnen herstellen. Herinneringen
aan een boeiend verleden, worden met plezier verteld: Mijn vader smeerde bijvoorbeeld
één keer per kwartaal de assen van de wagens van Ridder Rappard
op Kasteel Heemstede. Als jongens mochten wij mee. We kregen dan altijd anijsmelk,
of ranja met een rietje. Dat was een feest!
Zwitserse wagonnette
Lamoen
in wording
Bovenrand van dresseerkar
Wagenmakers Dankzij
een flexibele instelling heeft de familie Verwey de wagenmakerij nooit hoeven
te sluiten. Rond de tweede wereldoorlog kwam de klad in de verkoop van boerenwagens.
J. Verwey: 'Toen zijn we ons dus op de gemotoriseerde paardenkrachten gaan richten.
We bleven het werken met hout trouw, maar maakten er een carrosserie fabriekje
bij en bouwden vrachtwagens met een houten opbouw op een bak van staal. En we
gingen houten ladders maken. De gemiddelde ladder is zo'n 4 tot 5,5 meter lang,
maar wij maakten ze wel met 46 sports, tot 11,5 meter, speciaal voor de kersenpluk.
Ladders maken we trouwens nog steeds! Toen begon het recreatieve rijden er een
beetje in te komen. Zelf waren we natuurlijk nooit met het aangespannen rijden
opgehouden. Als je een mooi rijtuig gemaakt hebt, wil je daar een paard voor zien.
In 1959 werden we kampioen van het stamboek, er kwamen foto's in alle kranten
en onze wagentjes vielen op. Vanaf die tijd hebben we honderden rijtuigjes gemaakt!
In het voorjaar van 1960 gingen de eerste treinladingen al naar Bad Kreuznach
in Duitsland en ook de export naar België kwam op gang. Toen zijn we met
de carrosserie fabriek gestopt en hebben de wagenmakerij opnieuw uitgebreid. Je
moest groter worden, want je moest minimaal 4 of 5 wagens tegelijk onder handen
kunnen hebben. En zo is het gebleven. We hebben altijd nog werk in overvloed.
Onze wagentjes zijn een begrip geworden. 'Wij hebben een Verwey' wordt er gezegd,
met hetzelfde gemak als je bij auto's over een Mercedes praat!'
Iets moois Wagenmaker, wat maakt dat vak nu zo boeiend? J. Verwey:
'Ik vind het een prachtig vak. Het is tijdrovend, het is arbeidsintensief. Het
vraagt veel geduld. Maar je werkt met levend materiaal, met hout! Van hout kan
je altijd iets moois maken! Om zijn woorden kracht bij te zetten Iaat Verwey een
spinnewiel zien, dat hij voor z'n dochter heeft gemaakt. Van kersenhout is
het. Het. is sierlijk gebogen en heeft een fijne donkere glans. Het maken van
het wiel, dat exact rond moet zijn, is na al die jaren toch nog het moeilijkst.
Ook een bolderkar voor kleindochter Suzanne, een houten commode, een fraai klein
poppenwagentje en een kruiwagen Alex Verwey, zoon van Marinus, is de volgende
generatie van wagenmakers in de familie. Hij Iaat hier een lamoen in wording,
dat nog in de matrijs zit, zien ik kwam nog een mal van vroeger tegen, worden
mij op de foto of 'in levende lijve' getoond. Alles verraadt de zorgvuldigheid,
de precisie, het geduld, de liefde voor het materiaal en de liefde voor het vak.
Van hout kan je inderdaad iets moois maken.
Tijd
Voordat hout echter geschikt is om gebruikt te worden voor edele doeleinden, gaat
er heel wat tijd overheen. Tussen het kappen van een boom en het kunnen gebruiken
van het hout, ligt wel 5 jaar! j. Verwey: Na het kappen wordt een boom ongeveer
3 jaar gewaterd, dat wil dus zeggen in de sloot gelegd. De boom sterft onder water
af, de werking gaat uit het hout. De baggerzuren komen er en beschermen het hout
later tegen houtworm.
Vroeger rooiden we de bomen zelf. Met
een Mallejan met twee werkpaarden ervoor, sleepten we de bomen uit het bos. De
Mallejan ging achter de boerenwagen en zo reden we dan door Utrecht naar Houten
om de bomen hier te water te laten. Drie jaar later maakten de bomen dezelfde
reis weer terug naar Utrecht, om verzaagd te worden.. Zelf kunnen we tot 50 cm
dik zagen voor die zware eiken van l meter dik, moeten we dus naar een zagerij.
De planken worden dan tussen latjes van 3 cm hoog opgestapeld buiten op natuurlijke
wijze gedroogd. De wind moet er door heen kunnen waaien. Een beetje regen is niet
erg. En dan is het pas tijd om het hout te gaan verwerken. Wagenmakerij Verwey
gebruikt 4 soorten inlands hout voor haar product: iepen, eiken, essen en acacia.
Uit Canada wordt dan nog het hickory hout geïmporteerd..Hickory is bij uitstek
geschikt voor het maken van lamoenbomen.
Buighout
Bij het rijtuig bouwen blijkt bet meeste toch nog handwerk te zijn. J. Verwey:
Voor de concourswagentjes op luchtbanden krijgen we de wielen en de veren van
de fabriek, maar verder komt er geen hand van een ander aan hoor! Niet alleen
stalen buizen blijken bij verhitting gebogen te kunnen worden, dit blijkt ook
voor hout op te gaan. J. Verwey: Bij lamoenbomen bijvoorbeeld, is het heel belangrijk
dat er vering in zit. ,dat krijg je alleen maar voor elkaar door de bomen op de
juiste manier te buigen. Mijn broer Marinus is echt een specialist in het buigen
.Je moet beginnen met het hout voor de lamoenbomen eerst 11/2 te koken in water
. We hebben daar een soort grote varkenstrog voor. De houtvezel zelf maak je daar
soepel mee . Dan steek je het uiteinde van een boom in een klaar liggend matrijs
. een man houdt een gasvlam op de plek die moet buigen. Daar droogt het hout en
de vezel krimpt,terwijl aan de bovenkant van de boom het hout vochtig blijft en
de vezel dus kan rekken. Zo buig je de hele boom in de matrijs in. Die boom blijft
dan minimaal drie weken in de matrijs. AL het vocht dat je er ingekookt hebt,
moet er weer uit! Ja, alle hout is geen timmerhout is het spreekwoord, maar alle
hout is geen buighout ook hoor! Want als de vezel iets scheef loopt, gaat het
hout al splinteren bij het buigen. En oneffenheden mogen er ook niet opzitten.
Afwerking
Ook later bij het schilderen, worden oneffenheden tot op de laatste fractie van
een millimeter weggewerkt. Om de diepte in de kleur te krijgen, zijn maar liefst
5 lagen verf nodig! Eerst een laag grijze grondverf, dan wordt er geschuurd, vervolgens
geplamuurd, dan opnieuw nat geschuurd als voorbereiding op de tweede laag grijze
grondverf. Dan, na opnieuw geschuurd te hebben, krijgt het rijtuig de eerste laag
zwarte, blauwe of donkergroene glansverf, er wordt weer geschuurd voor de tweede
laag en tenslotte komt de glanslak er overheen. Dan volgt nog het afwerkende biezen.
J. Verwey: 'De plamuur zorgt ervoor dat de nerven dichtgaan, zodat het vocht daar
niet kan intrekken. Door het schuren krijgt kwaliteitsverf de gelegenheid om uit
te vloeien en door de vele lagen komt de echte diepte, de glans, in de kleur.
Het afbiezen gebeurt met een fijne kwastje meestal met geel of crème kleur,
soms met goudverf. Het is bijna jammer om zo'n op en top verzorgd rijtuig
te gebruiken, is de gedachte die mij bekruipt. Inderdaad kan Verwey zich opwinden
over de onzorgvuldigheid waarmee men met de rijtuigen omgaat. 'Sommige klanten
komen elk najaar na het concoursseizoen hun wagens brengen om beschadigingen bij
te laten werken. Zulke rijtuigen houd je een leven lang in orde,zegt Verwey, maar
als je bij anderen ziet hoe iets er soms na
Ieder tuigpaard is nog geen concourspaard.
Maar de gebroeders Verwey hebben met hun tweespan Pandora (v: Gloriant) en Roos.
Marie (v: Hoogheid) erg veel succes. Pandora werd door hen zelf gefokt uit de
merrie Holiday (v: Oregon). De paarden staan samen met koeien in een eigen stal
van Verwey, aan de Schalkwijkse weg. De kalveren van de koeien blijven bij de
moeder, zodat er niet gemolken hoeft te worden. Er schiet dan 's zomers elke avond
na het mesten tijd over om de tuigpaarden in te spannen en te trainen.
Verwey op Drakenstein ontvangen door prinses Beatrix,
voor wie een rijtuig verbouwd ging worden. En 10 jaar later bracht Sltliana, toen
nog Koningin Juliana, de werkplaats in Houten persoonlijk een bezoek. Trots Iaat
J .Verwey een foto van de Koninklijke belangstelling zien. We hebben toen het
draaien van een naaf gedemonstreerd. De koningin was erg geïnteresseerd!
Ze stelde een paar vragen, waaruit bleek hoe goed ze luisterde. Bijna letterlijk
weet Verwey zich de tekst die koningin Juliana sprak te herinneren. Wat weemoedig
besluit hij: 'Het is toch wel een erkenning van je werk. Veeloudere wagenmakers
zijn er al mee gestopt, veel jongere zijn overgegaan naar de carosserie. De meeste
die zich wagenmaker noemen zijn geel) echte. Ze gebruiken kant en klaar buiswerk
uit de fabriek en plaatijzer. Nee, echte wagenmakers zijn er niet veel meer.
Op 4 oktober 1979 vereerde
Koningin Juliana de wagenmakerij van de gebroeders Verwey met een bezoek.
Jan Verwey wijst haar op details. Links in de witte jas de vrouw van Marinus Verwey