Kasteel Doornenburg

De geschiedenis van kasteel Doornenburg bij Beinmel kent talloze zwarte bladzijden. Vanaf de Middeleeuwen tot halverwege de 19e eeuw is het kasteel bewoond geweest door zeven op elkaar volgende geslachten :Van Doornick, Van Bylandt, Van Homoet, Van Voorst, Van Amstel, Van Heemskerk en Van Bemmel.. De laatste bewoonster was Maria Clara von Delwig, barones van Bemmel.

Nog maar enkele jaren was de restauratie van het veertiende eeuwse kasteel voltooid (1937-1942) of het huis werd in 1945 met poort en al opgeblazen. In het laatste half jaar van de Tweede Wereldoorlog lag de Betuwe in de frontlinie en deed het kasteel dienst als hoofdkwartier van de Duitsers Hiermee ging een van de belangrijkste middeleeuwse Nederlandse kastelen verloren. Gelukkig werd tot herbouw besloten, zodat de burcht in zijn oude glorie uit de as herrees en in 1968 was de klus geklaard .Het hele complex bestaat allereerst uit een ruime, door een gracht omgeven voorburcht met poort, enkele torens, de kasteel- boerderij en een kapel; het eigenlijke huis is door een brug met de voorburcht verbonden. Dit hoofdgebouw moet ontstaan zijn, uit een grote zaal, die later is verhoogd en uitgebreid. Met zijn grachten, hoge muren, kantelen en hoektorens maakt Doornenburg een zeer verdedigbare indruk en komt het kasteel geheel overeen met het beeld, dat wij van een middeleeuws versterkt huis hebben

 

Back


.