Korte geschiedenis van het ras
De Bouvier des Flandres heeft als land van herkomst zowel Belgie als Frankrijk. Het ras was oorspronkelijk een veedrijver en een trek- en waakhond, maar doet tegenwoordig voornamelijk dienst als waakhond en huishond. Hij wordt tevens als verdedigings gebruikt. Het ras is bijzonder robuust en taai, heeft een scherpe reukzin en is daarom geschikt voor de meeste doeleinden. In Nederland is het al jaren een van de populairste rassen en het staat op een zeer hoog peil. De naam Bouvier zou afkomstig zijn van het Franse woordje boeuf . Vanaf 1910 kan men echt spreken van de Bouvier of Vlaamse Koehond.

Karakter:Hij is zeer trouw en gehecht aan zijn baas en het gezin. Hij is waaks,evenwichtig, moedig en werkt graag maar is ook eigenzinnig en onverstoorbaar.Het is een echte kindervriend ,maar heeft wel eenconsequente leiding nodig.De Bouvier is een krachtig gebouwde gedrongen hond en is pas volwassen rond zijn derde levensjaar.

Hoofd: massief,de lengte van de snuit staat in verhouding tot de lengte van de schedel. Baard en snor zorgen voor een sterke uitstraling. De neusrug en het schedeldak lopen evenwijdig. Geringe stop. Zwarte neusspiegel.

Ogen: ovaal en donker

Oren:De niet gecoupeerde oren zijn hoog aangezet, de oorschelpen verticaal neerhangend .

Gebit: schaargebit een tanggebit is toegestaan

Lichaam: krachtige korte gespierde rug. De hond moet vierkant zijn. Diepe borstkas en een licht opgetrokken buiklijn. Korte gespierde lendenpartij en een brede croupe.

De ledematen: De voorhand moeten goed gebot en gespierd zijn. De schouders zijn gespierd, maar echter niet overladen. Het schouderblad is tamelijk lang en ligt matig schuin. Het opperarmbeen en het schouderblad zijn ongeveer van gelijke lengte. De ellebogen sluiten goed en evenwijdig bij de romp aan.. De voorpoten moeten recht zijn, zowel van voren als van opzij gezien, evenwijdig met elkaar en in een Ioodrechte lijn met de bodem.Matige achterbeenhoekingen .De achterpoten moeten zich in dezelfde richting als die van de voorbenen bewegen. De dijen zijn breed en zeer gespierd het dijbeen moet niet te recht en niet te schraag zijn. De achterpoten zijn middelmatig van lengteen goed gespierd.

Voeten:De middenvoeten van de voorhand zijn tamelijk kort, zeer weinig voorwaarts geplooid. De voorvoeten zijn kort, rond en sterk.De tenen moeten gesloten en gewelfd zijn, de nagels zwart, de zolen dik en hard. De middenvoeten van de achterhand zijn sterk en pezig.De spronggewrichten bevinden zich eerder laag bij de grond,ze zijn breed, gespierd en goed bespannen. Van achteren gezien staan ze recht en evenwijdig. De achtervoeten zijn rond en sterk, de tenen goed gesloten en gewelfd, de nagels sterk en zwart, de zolen dik en hard.

Schofthoogte: reuen 62 - 68 cm; teven 59 - 65 cm
Gewicht: reuen 35 - 40 kg; teven 27 - 35 kg

De vacht:De bovenvacht is dof en droog en niet te wollig. De ondervacht is fijn en dicht aaneengesloten. Samen vormt dit een waterbestendige vacht. De Bouvier mag de volgende kleuren hebben: grijs,gestroomd of zwart gevlamd of zwart. Blond wordt niet erkend, maar komt wel voor. De vacht moet drie tot vier maal per jaar worden getrimd. Vroeger werd deze geplukt, maar sinds de vachten steeds dikker worden is dit bijna niet meer te doen en wordt hij meestal geknipt.

Back