|
Geschiedenis
De oorsprong van het kasteel vinden we al in de negende eeuw. Destijds
lag hier een fort, een vierkante toren, waarvan een gedeelte verwerkt
is in het interieur van het huidige huis. In de twaalfde eeuw werd
het huis belangrijk uitgebreid met o.a. een ringmuur. In 1318 werd
de toren verwoest, maar naderhand weer opgebouwd. De ringmuur werd
opgenomen in het nieuwe kasteel, en vormt nu de ronde achterkant
van het huis. Rond 1483 werden er twee vierkante torens op de hoeken
gebouwd. De twee haakse zijvleugels stammen gedeeltelijk uit de
zestiende en gedeeltelijk uit de zeventiende eeuw. In 1776 werd
het binnenplein afgesloten met een hek, in plaats van de oorspronkelijk
geplande lage vleugel.
De familie Van Haren bewoonden het huis vanaf 1208, waarna het via
vererving over ging in handen van de familie van Hamal tot Elderen.
In 1484 werd het geslacht Scheiffart de Merode eigenaar. In 1647
werd het kasteel verkocht aan Philibert van Isendoorn à Blois,
en rond 1680 was de familie van der Heyden à Blisia eigenaar.
In 1732 kwam het kasteel via huwelijk toe aan de familie de Rosen.
De Belgische baron de Moffard verkocht het huis aan A. de Cock,
en in 1975 werd het weer verkocht aan de heer Veenhuizen die het
moderniseerde.
Het huis is alleen toegankelijk als gast van het hotel. Vanaf de
weg is er nauwelijks iets van te zien.
Bron:Kastelen in Limburg
|